Zwerfafval Waddenzee 2019

Zwerfafval Waddenzee 2019

Resultaten monitoring zwerfafval Waddenzee 2019

Gepubliceerd op: 25 februari 2020- Laatste update: 26 februari 2020 12:19 uur

Paraffine, flessenpost, onderzoeksmateriaal, My Little Pony’s, granulaatkorrels en nog veel meer. Het jaarlijkse onderzoek naar zwerfafval in de Waddenzee leverde ook in 2019 een uitgebreide lijst op van producten die niet thuishoren in dit unieke natuurgebied.

Rijkswaterstaat laat, samen met mede-initiatiefnemer de Waddenunit (ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit), sinds 2018 onderzoek uitvoeren naar afval in de Waddenzee. Wat is het precies en waar komt het vandaan? Door meerjarige monitoring is mogelijk antwoord te geven op die vragen. Het doel is om te komen tot effectieve maatregelen.

De resultaten over het jaar 2019 zijn uitgewerkt in een uitgebreid onderzoeksrapport. De monitoring is uitgevoerd door Bureau Waardenburg in samenwerking met de Waddenunit.

Onderzoek op 3 wadplaten

Om een goed beeld te krijgen van de herkomst van het aangespoelde zwerfvuil, zijn er locaties uitgekozen die niet of nauwelijks gebruikt worden door mensen. Het afval dat lokaal door toeristen achtergelaten wordt, zoals peuken, blikjes en plastic bestek, blijft dan buiten beschouwing. De Steenplaat, Griend en de Zuiderduintjes zijn zulke locaties.

De onderzoekers werken zo veel mogelijk via de OSPAR-methodiek. Daardoor zijn de resultaten goed te vergelijken met onderzoeken in andere zeeën. Simpel gezegd wordt er per locatie gewerkt met een onderzoeksvakken van 1 km lengte voor groot afval met daarin een vak van 100 m voor zichtbaar afval (kleiner dan 50 cm). Daarnaast zijn er eisen rondom het getij en de frequentie. Uiteraard houden de onderzoekers rekening met de specifieke natuurwaarden van het gebied, waaronder de rust voor zeehonden en vogels.

Impact containerramp zichtbaar

Uit het onderzoek blijkt dat er tussen het jaar 2018 en 2019 vooral een groot verschil zit in het begin van het jaar. Zo is op het oostelijk gelegen Zuiderduintjes (bij de Rottums) veel vuil aangetroffen die de onderzoekers kunnen linken met de lading van de MSC Zoë.

Meeste vervuiling

Op Griend is over het jaar 2019 de hoogste dichtheid gevonden aan zwerfafvalitems. Dat geeft aan dat vervuiling ook andere oorzaken kent. Zo is er op dit eiland veel isolatieschuim gevonden, vermoedelijk afkomstig uit de bouwsector en te herleiden tot Harlingen. Opvallend is verder dat op deze plek onderzoeksmateriaal is gevonden vanuit de verschillende wetenschappelijke onderzoeken die er lopen rondom dit eiland.

Chemische verontreiniging

De Zuiderduintjes waren in 2018 nog de schoonste wadplaat. Niet verwonderlijk, aldus de onderzoekers, omdat het gebied rondom de Rottums afgesloten is voor menselijk gebruik. Maar na de MSC Zoë is er veel afval teruggevonden uit de containers. Maar ook hier geldt dat dit zeker niet de enige afvalveroorzaker is. Op Zuiderduintjes zijn bijvoorbeeld ook 191 stukken paraffine aangetroffen.

Ook de Steenplaat was iets vervuilder dan in 2018. Dit is overigens niet toe te schrijven aan MSC Zoë. Wat de reden wel kan zijn, is ook voor de onderzoekers nog de vraag. Zij benadrukken dat meerjarig onderzoek belangrijk is om patronen te kunnen ontdekken.

Duurzame aanpak zwerfafval Waddengebied

Rijkswaterstaat werkt, samen met andere organisaties, aan een duurzame aanpak van zwerfafval in het Waddengebied. Het gaat dan om zowel preventie, monitoring, handhaving als opruimen. Doel is om het beheer op het gebied van zwerfafval te verbeteren. Ook kijken we naar mogelijkheden voor het inzetten van communicatie en gedragsverandering. Meer weten? Kijk op de website Afval Circulair.

https://www.rijkswaterstaat.nl/nieuws/2020/02/resultaten-monitoring-zwerfafval-waddenzee-2019.aspx

Magazine over vaarrecreatie op de Waddenzee

Magazine over vaarrecreatie op de Waddenzee

LAUWERSOOG – Waddengedeputeerde Henk Staghouwer heeft zojuist het eerste exemplaar in ontvangst genomen van een speciaal magazine over vaarrecreatie op de Waddenzee. Het magazine ligt deze zomer bij tal van jachthavens in het Waddengebied.

In het boekwerkje blikken overheden, watersportorganisaties en natuurverenigingen terug op tien jaar samenwerking. Ook worden enkele thema’s van de toekomst aangestipt, zoals de bereikbaarheid van jachthavens en het doorzetten van de Erecode voor Wadliefhebbers.

Robbert van der Eijk bood het magazine aan namens het Verbond Vaarrecreatie Wadden (Wadvaarders, Toerzeilers, Toeristische Kanobond Nederland, het Watersportverbond, de ANWB, Vereniging Beroepschartervaart BBZ en de Stichting Jachthavens Waddeneilanden). De overhandiging is onderdeel van de fietsroute om het 10-jarig jubileum van de Werelderfgoedstatus van de Waddenzee te vieren.

Vaarrecreatie én natuur
Van der Eijk is al jarenlang betrokken bij de watersport op het Wad. “Het is nu bijna niet meer voor te stellen, maar ruim tien jaar geleden konden vaarrecreatie, overheid en natuurorganisaties weinig begrip voor elkaar opbrengen. Vaarrecreatie zou te verstorend zijn voor de natuur. Er gold toen bijvoorbeeld nog een qoutum op het aantal ligplaatsen, maar die tijd is voorbij. Vandaar ook de titel van het boekje. Van protest naar samenwerking.”

Het Actieplan Vaarrecreatie Waddenzee is begin dit jaar, conform afspraken, afgerond. De meer dan dertig partijen concluderen dat het belangrijkste doel is behaald: watersportverenigingen, beheerders, natuurorganisaties en vrijwilligers weten elkaar moeiteloos te vinden in het belang van de Waddenzee.

Resultaten
In het magazine wordt teruggeblikt op de belangrijkste successen. De Erecode is geactualiseerd. Rondom de Razende Bol is de overlast verminderd door een communicatietraject van voorlichting en een lesprogramma op ruim veertig scholen. Er zijn honderden mensen op cursus geweest voor gastheer/-vrouw van Werelderfgoed Waddenzee. Dynamisch zoneren (dicht wanneer vogels en zeehonden rust nodig hebben, open wanneer het kan) wordt op meerdere plekken ingezet. De bereikbaarheid van (jacht)havens is geagendeerd. Ook is er een groot monitoringsconsortium opgericht om alle vaarbewegingen op het Wad in beeld te krijgen. En elk jaar is er campagne gevoerd om de bekendheid met de Erecode te laten groeien.

Toekomst geborgd
Het actieplan is nu klaar, maar de bedoeling er achter blijft. Het is nu aan de betrokkenen samen het gedachtegoed en de aanpak levend te houden. Dit gebeurde al in de Beheerraad Waddengebied en die constructie blijft gewoon doorgaan. Aanvullend is besloten elkaar in het Toeristisch Overleg Wadden (TOW) bij te praten en samen initiatieven te ondernemen als dat nodig is. De Erecode wordt opgenomen in de Gebiedsagenda Wadden 2050 en is sturend bij de promotie rondom Werelderfgoed Waddenzee. De monitoring wordt geborgd in de Basismonitoring Wadden.

Actieplan Vaarrecreatie
Het Actieplan Vaarrecreatie Waddenzee (2014-2018) is het gezamenlijk resultaat van de samenwerking tussen Waddenprovincies, ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (incl. Waddenunit), Rijkswaterstaat, kust- en eilandgemeenten in het Waddengebied, natuur- en watersportorganisaties. Het Actieplan is een vervolg op het zogenaamde Convenant Vaarrecreatie Waddenzee dat liep van 2007-2012.

Download: Magazine vaarrecreatie

Bron: https://www.waddenzee.nl/actueel/nieuwslijst/waddenzee-nieuws-bericht/article/magazine-over-vaarrecreatie-op-de-waddenzee/

Lauwersmeer na 50 jaar een van de mooiste natuurgebieden

Lauwersmeer na 50 jaar een van de mooiste natuurgebieden

Lauwersmeer ontstond vijftig jaar geleden op de plek van de Lauwerszee. Ondanks de komst van toeristen, boeren en militairen groeide het nieuwe meer uit tot een van de mooiste natuurgebieden in ons land.

Een schitterend getijdenlandschap van 9100 hectare in het waddengebied afsluiten met een dijk? „Dat zouden we nu nooit meer doen. Zo’n inpoldering is tegenwoordig ondenkbaar. De afsluiting van de Lauwerszee was natuurlijk een ecologische ramp. Het heeft een tijdlang flink gestonken door alle dode schelpen en wadpieren. Maar daarvoor is wel iets heel moois in de plaats gekomen.”

Jaap Kloosterhuis, boswachter van Staatsbosbeheer in het Nationaal Park Lauwersmeer, weet waar hij het over heeft. Van heinde en verre reizen natuurliefhebbers en rustzoekers naar het gebied, dat sinds enkele jaren ook het predicaat Dark Sky Park voert, aangezien hinderlijk licht ’s nachts vrijwel afwezig is. Ze komen voor de zeearend en de rietorchis. Maar vooral ook voor water, strand, rust en een visje in de haven.

Recreatie was niet het belangrijkste doel dat de inpolderaars meer dan een halve eeuw geleden voor ogen hadden. Het ging ze vooral om de veiligheid, een betere afwatering van Friesland, Groningen en de kop van Drenthe en de vergroting van het landbouwareaal. Bovendien was Defensie in het Noorden naarstig op zoek naar een groot oefenterrein.

Op de grens van Groningen en Friesland

Al in de zeventiende eeuw werd nagedacht over het afsluiten van de binnenzee op de grens van Friesland en Groningen die was genoemd naar de Lauwers, het riviertje dat beide provincies scheidt. De dijk kwam er niet. Ook niet toen waterstaatsingenieur Van Diggelen in 1849 een nieuw plan lanceerde. Hij wilde niet alleen de Lauwerszee, maar ook de Zuiderzee en een groot deel van het waddengebied droogleggen.

In de jaren dertig van de vorige eeuw kwam er een commissie die inpoldering van de duizend jaar oude zeetong moest onderzoeken. In 1934 presenteerde ingenieur Verhoeven een plan. Het was de tijd van de werkverschaffing. Verhoeven, die in Noord-Duitsland landaanwinningsprojecten van de Duitse overheid had bezocht, stelde een dijk voor van Ezumazijl naar Zoutkamp. De reacties waren lauw, het plan belandde in de la.

Na de watersnoodramp in Zeeland in 1953 en de Kerstvloed van 1954 veranderde het speelveld. Velen in Friesland en Groningen begrepen dat er iets moest gebeuren. De dijken langs de Lauwerszee waren in slechte conditie. Door een nieuwe dijk aan te leggen van 13 kilometer kon ruim 32 kilometer aan gebrekkige zeekering ongemoeid blijven en veranderen in een slaperdijk.

Bovendien was de economische toestand in Noordoost-Friesland niet florissant. Het inpolderingsproject moest zorgen voor nieuwe welvaart. Toen Den Haag draalde, vooral uit huiver voor de kosten van het megaproject, werden in Friesland 135.000 handtekeningen van voorstanders verzameld. Duizenden Friezen kwamen af op een protestbijeenkomst in Leeuwarden.

Meer lezen, ga dan naar de bron van dit verhaal: https://www.dvhn.nl/groningen/Hoe-het-Lauwersmeer-in-50-jaar-uitgroeide-tot-een-van-de-mooiste-natuurgebieden-van-Nederland-24398785.html

Wadlopen vanaf schip

vaarbewijs catamaran varen op de wadden

Wadlopen vanaf schip blijft toegestaan zonder vergunning

Wadlopen vanaf een drooggevallen schip met een groep tot vijftig personen blijft toegestaan zonder vergunning en zonder wadloopgids. Dat hebben de Staten 27 februari 2019 bepaald.

Gedeputeerde Klaas Kielstra wilde in de nieuwe wadloopverordening vastleggen dat er voor groepen boven de zeven personen voortaan een vergunning nodig is. Nu is dat nog niet het geval, maar dat leidt volgens Kielstra tot problemen. ,,Er worden steeds meer activiteiten ontplooid op het wad. Het wordt steeds minder beheersbaar.”

Staten slaan advies van gedeputeerde in de wind

Natuurorganisaties hebben daar hun zorgen over geuit. Ook de veiligheid zou in het geding zijn, aldus Kielstra. Coalitiepartijen FNP, VVD en SP lieten zich echter niet overtuigen en vonden de nieuwe regel overbodig. ,,Mei sokke burokratyske rompslomp komme tradysjes as it waadrinnen yn ’e knipe”, aldus Wopke Veenstra, verwijzend naar het FNP-meldpunt voor bedreigde Friese tradities. Hij vond de plicht om te zorgen voor een vergunning en een wadloopgids ,,in diskwalifikaasje fan skippers, dy’t mânsk genôch binne om te bepalen wat it lije kin”.

Vrijstelling

Hetty Janssen (PvdA) wees erop dat branchevereniging BBZ van beroepschartervaarders met de provincie is overeengekomen dat er voor zeilcharterschepen een vrijstelling geregeld wordt voor de vergunningplicht. Groepen tot vijftig mensen zouden dan tot vijfhonderd meter rond het schip mogen wadlopen. ,,De belangenclub kan hiermee uit de voeten, wat is dan nog jullie bezwaar”, vroeg ze aan FNP, VVD en SP, die de motie mede indienden.

Maar die partijen wilden helemaal van de vergunningplicht af en kregen daarvoor een krappe meerderheid van de Staten achter zich. Wel blijft de beperking tot vijftig personen en vijfhonderd meter bestaan.

Bron: https://frieschdagblad.nl/2019/2/28/wadlopen-vanaf-schip-met-groep-blijft-toegestaan-zonder-vergunning?harvest_referrer=https:%2F%2Fwww.google.com%2F

Werelderfgoedcentrum in Lauwersoog

Zo ziet het Werelderfgoedcentrum in Lauwersoog er straks uit

Het gebouw kenmerkt zich onder meer doordat er veel glas in is verwerkt. Het Werelderfgoedcentrum is ontworpen door de Deense architect Dorte Mandrup. Zij heeft veel ervaring met het bouwen van dit soort centra in onder meer Denemarken, Duitsland en Groenland.
Werelderfgoedcentrum-in-Lauwersoog

Zeehondencentrum

Het Werelderfgoedcentrum in Lauweersoog kost ruim 29 miljoen euro. Het centrum biedt straks onderdak aan het Zeehondencentrum dat nu nog in Pieterburen staat. Ook komt er een hotel met vijftig kamers, een café en een restaurant.

In het centrum is ruimte voor wetenschappers die Waddengebied onderzoeken. Bovenop het gebouw is een panorama-dek met uitzicht op het Werelderfgoed Waddenzee.

150.000 bezoekers

Ook het havenkantoor en de KNRM krijgen een plek in het nieuwe centrum. Vanuit de zogeheten ‘waddenhal’ vertrekken straks expedities en excursies.
Het Werelderfgoedcentrum Waddenzee gaat naar verwachting open in juni 2020. Er wordt gemikt op 150.000 bezoekers per jaar.

Bron: https://www.rtvnoord.nl/nieuws/192608/Zo-ziet-het-Werelderfgoedcentrum-in-Lauwersoog-er-straks-uit

Werelderfgoedcentrum in Lauwersoog

In Lauwersoog moet een Werelderfgoedcentrum verrijzen met daarbij onder meer een hotel en een natuurschool. De bedoeling is dat ook het zeehondencentrum Pieterburen er een plek krijgt. De camping en verschillende andere ondernemers zijn ook betrokken bij de plannen.

Miljoen bezoekers

De Waddenzee is sinds 2011 Werelderfgoed. Met de bouw van het centrum kan die status worden vermarkt. De initiatiefnemers houden rekening met meer dan een miljoen bezoekers per jaar.

Met het geld van de provincie is de bouw weliswaar een flinke stap dichterbij, maar de financiering is nog niet helemaal rond. ‘Er is nog een gat van 9,6 miljoen euro’, zegt gedeputeerde Henk Staghouwer (ChristenUnie).

Waddenfonds

Het Waddenfonds wordt gevraagd om die resterende miljoenen voor haar rekening te nemen. Staghouwer is zelf notabene voorzitter van het Waddenfonds. Toch is het volgens hem nog niet rond.

‘Het Waddenfonds is van Groningen, Friesland en Noord-Holland samen’, zegt hij. ‘Het klinkt dus heel makkelijk, maar dat is geen gelopen race. Toch zijn de plannen wel ongelooflijk goed. Dus die kunnen ook goed ingediend worden. En er is Friesland en Noord-Holland wel steun voor het plan. Maar dat wil niet zeggen dat het al rond is.’

Bron: https://www.rtvnoord.nl/nieuws/189957/Werelderfgoedcentrum-in-Lauwersoog-is-een-grote-stap-dichterbij

 

Zeehondenopvang moet aan banden

Zeehondenopvang is slechts in 5 procent nodig. Dat adviseert een wetenschappelijke commissie die de opvang onderzocht.

Het gaat weer goed met zeehonden in Nederlandse wateren. Zowel de gewone zeehond als de grijze zeehond zijn in het Delta- en waddengebied sterk in aantal gestegen.

De populatie van de gewone zeehond is van een minimumaantal van 500 in 1980 gegroeid tot 9000 in 2016. Van de grijze zeehond die hier tot 1980 bijna niet voorkwam werden in 2016 5100 exemplaren geteld.

 

Pups

Het aantal zeehonden dat werd opgevangen liep op van 20 in 1980 tot tussen de 500 en 1000 in recente jaren. Tussen 2007 en 2013 kwam 20 procent van de jonge zeehonden terecht in een opvangcentrum. In 2011 gold dat zelfs voor de helft van de pups. De commissie wil dat aantal verminderen tot 5 procent.

Tussen de bestaande opvangcentra is volgens de commissie geen overeenstemming over hoe de populatie op peil kan blijven en het welzijn van zeehonden.

Alleen zeehonden die gewond zijn door menselijk toedoen mogen in de toekomst worden opgevangen. Exemplaren die geen moedermelk meer drinken, moeten met rust worden gelaten. De opvang van zeehonden met longwormen moet worden beperkt. Ook pleit de commissie voor gelijkschakeling in professionalisering van de opvangcentra.

‘Veel aanbevelingen snijden hout’

Niek Kuizenga, directeur van Zeehondencentrum Pieterburen, is blij dat het rapport ‘eindelijk’ is verschenen. ,,Ook wij zien geen tegenstelling tussen dierenwelzijn en natuurbehoud. Veel aanbevelingen snijden hout. We hebben wel zorgen over de implementatie ervan.’’

Lenie ‘t Hart vreest dat door minder zeehondenopvang individuele zeehonden zullen verkommeren. ,,Ik ben bang dat de onverschilligheid de overhand krijgt.’’

Bron: http://www.dvhn.nl/groningen/Rapport-%E2%80%98Zeehondenopvang-moet-aan-banden%E2%80%99-video-22991724.html

“Een zeehond met een longworminfectie hoest bloed op en dat ziet er heftig uit, zo op het strand”, zegt Mariëtte Smit, hoofdverzorger bij Ecomare op Texel. “Volgens het advies van de wetenschappelijke commissie moeten we zo’n zeehond 24 uur lang laten liggen en observeren. Het zal niet meevallen om dat uit te leggen aan omstanders.”

Zeehondenopvang

Het is een van de kanttekeningen die de grote Nederlandse zeehondencentra plaatsen bij het advies van de commissie die de opvang in Nederland onderzocht. De belangrijkste conclusie is dat het opvangen van zeehonden niet noodzakelijk is om de soort in stand te houden en soms juist schadelijk kan zijn.

Ook de opvang van zeehonden met longwormen moet worden beperkt. De commissie zegt dat het behandelen van zeehonden tegen deze ziekte de natuurlijke balans uit de zeehondenpopulatie haalt. Longworminfectie is een ziekte die veel jonge zeehonden krijgen wanneer ze zich beginnen te voeden met vis.

Steunbetuiging
De zeehondencentra reageren overwegend positief op de conclusies van het onderzoek. “In grote lijnen zijn wij het eens met de adviezen”, zegt directeur van Zeehondencentrum Pieterburen Niek Kuizenga. “Het is in lijn met de weg die we al zijn ingeslagen. Ik zie het als een steunbetuiging voor wat we al doen.”

Kuizenga doelt daarmee vooral op de geadviseerde terughoudendheid. De opvang van individuele zeehonden is wel toegestaan als het dier gewond is geraakt door menselijke activiteiten, zoals door een visnet of een aanvaring door een boot. In alle andere gevallen mogen dieren alleen opgevangen worden als dat geen schade voor de soort oplevert. “Het is belangrijk om goed te begrijpen dat dierenwelzijn en natuurbehoud niet met elkaar in strijd zijn. In tegendeel, die versterken elkaar soms zelfs. Daarom zijn wij al jaren terughoudend met opvangen en laten wij versneld vrij.”

Toch wijst ook Kuizenga op het pijnpunt van de verzorgster van Ecomare. “Het is niet makkelijk om uit te leggen dat je een zeehondje alleen op het strand laat liggen. Dat wil je eigenlijk redden en naar een centrum brengen.”

Daarnaast wordt uit het rapport niet duidelijk hoe de terughoudendheid precies vorm moet krijgen, zegt Sophie Brasseur, zeehondenexpert bij de Wageningen University & Research. “Het advies is helder over de noodzaak minder op te vangen dan tot nu toe gangbaar was. Maar pas als er concrete afspraken zijn over wat je doet als je straks met een zeehondje op het strand staat, zullen de zeehondenpopulaties echt baat hebben bij dit advies.”

Laat de natuur de natuur. Sommige dieren gaan dood, dat moeten we accepteren.
Karola van der Velde, A Seal Zeehondenopvang Stellendam

De commissie adviseert verder dat de vijf opvangcentra een gezamenlijk protocol moeten opstellen. De NVWA moet vervolgens controleren of zij zich daaraan houden. Een bemiddelaar van het vorige kabinet heeft geprobeerd de centra zover te krijgen dat zij beter gingen samenwerken, maar dat is niet gelukt.

Toch zijn de centra optimistisch over een nauwere samenwerking, zegt Karola van der Velde van A Seal Zeehondenopvang Stellendam. “We voeren al regelmatig overleg met de andere centra en onze protocollen zijn al behoorlijk op elkaar afgestemd. Het verschil zit hem in details”, zegt Van der Velde, die ook goed kan leven met de terughoudendheid. “Laat de natuur de natuur. Sommige dieren gaan dood, dat moeten we accepteren.”
Leo

Als de minister de adviezen opvolgt, heeft dat mogelijk wel gevolgen voor het aantal zeehonden dat in de opvangcentra te zien zal zijn. “Het is nog heel moeilijk om te zien wat deze adviezen gaan betekenen, maar het kan inderdaad betekenen dat we een stuk minder zeehonden zullen opvangen”, zegt Pauline Folkerts, directrice van Ecomare.

Een van de zeehonden die volgens het advies eigenlijk niet thuishoort in Ecomare, is Leo. “Hij kwam in onze opvang terecht na een flinke storm”, zegt verzorger Smit. “Hij was enorm verzwakt en lag apathisch op het strand. Inmiddels gaat het heel goed met hem. Maar als de minister het advies opvolgt, zal zo’n dier niet meer in de opvang terechtkomen.”

Bron: https://nos.nl/artikel/2222249-hoe-moeten-we-straks-uitleggen-dat-we-een-zieke-zeehond-laten-liggen.html