Waddenfonds investeert ruim € 13 miljoen in vismigratie

Waddenfonds draagt € 13,3 miljoen bij aan het verbeteren van de vistrek tussen de Waddenzee en het binnenland. Het project Ruim Baan voor Vissen 2 moet een belangrijke impuls geven aan de visstand in het Waddengebied. Al jaren is de visstand in de Waddenzee te laag en zijn de vissen er te klein. In totaal wordt er in de tweede fase van dit meerjarige programma van de waterschappen van Noord-Holland, Fryslân, Groningen en Drenthe en Hogeschool Van Hall-Larenstein € 44,5 miljoen geïnvesteerd. Het Waddenfonds draagt hier € 13,3 miljoen aan bij.

Door dijken, sluizen, stuwen en gemalen is de vistrek tussen de Waddenzee en het binnenwater achter de dijken hevig verstoord geraakt. Daardoor kunnen vissen lastig meren, beken en rivieren bereiken waar ze paaien en jongen krijgen. Het gevolg is dat trekkende vissoorten zoals de zeeforel, paling en glasaal het moeilijk hebben in het Waddengebied.
In deze tweede fase van het project Ruim Baan voor Vissen wordt het meeste geïnvesteerd in de verbetering van de vismigratie in de kop van Noord-Holland. Zo komt er een verbinding tussen zee en achterland met de aanleg van een zoet-zout overgang en veertien hectare brakwatergebied. Deze maatregelen worden uitgevoerd als de financiering volledig gedekt is en het Algemeen Bestuur van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier hierover definitief heeft beslist. In totaal worden in de kustprovincies op negentien plekken vispassages verbeterd en aangelegd. Daarnaast worden in het achterland paai- en opgroeigebieden geschikt gemaakt voor vissen.

waddenfonds afsluitdijk en vismigratie

Bij het nemen van de maatregelen worden negatieve gevolgen voor de agrarische sector voorkomen door het weren van brakwater op landbouwgronden. Naast de grootschalige aanpak in Noord-Holland komen er ook in Fryslân en Groningen aanvullende vismigratievoorzieningen.
Het project is een vervolg op Ruim Baan voor Vissen 1, waarmee al een aantal knelpunten in de vismigratie langs de Waddenkust is opgelost. Zo zijn bij Delfzijl maatregelen getroffen waardoor trekvissen nu makkelijker de boezemkanalen van Duurswold kunnen bereiken. Op dit moment worden er ook bij Lauwersoog en in de Afsluitdijk voorzieningen voorbereid die de vismigratie richting de provincies Groningen, Fryslân en het IJsselmeer en haar achterland verbeteren.

Met een monitoringsprogramma wordt beoordeeld hoe effectief de vismigratievoorzieningen zijn. Daarnaast wordt er onderzoek gedaan naar zoet-zout overgangen en brakwatergebieden. Met de opgedane kennis moeten vismigratiesystemen voor de toekomst verder worden verfijnd.
Ruim Baan voor Vissen 2 is onderdeel van het Investeringskader Waddengebied (IKW), een meerjarig programma om grootschalige investeringen in het Waddengebied mogelijk te maken.

Bron: http://waddenfonds.nl/2019/12/12/waddenfonds-investeert-e-13-miljoen-in-vismigratie/

Waddenfonds

Het Waddenfonds moest de ideale uitruil worden: gas voor natuur. Inmiddels is bijna zeshonderd miljoen euro in het Waddengebied verjubeld zonder dat de natuur er beter van werd. Vooral slimme ondernemers en hobbyisten profiteerden van het fonds.

Nationaal Park Lauwersmeer is een vogelparadijs. Tijdens de trek vliegen dagelijks tot dertigduizend brandganzen over de voormalige zeebodem en in de wildernis broeden ruim honderd vogelsoorten. Bovendien is het ’s nachts een van de donkerste gebieden van Europa, en dat is bijzonder in het helverlichte Nederland. Maar aan de rand van deze zeer zeldzame duisternis, in het Groningse havendorpje Lauwersoog, komt het Werelderfgoedcentrum Waddenzee. Een ‘internationale vuurtoren voor kennis, activiteiten, onderzoek en ondernemerschap’.

Althans, dat is de droom van enkele invloedrijke lokale bestuurders die liefkozend spreken over een ‘ecologisch visitekaartje’. Maar dan wel een van dertig meter hoog, met in de top een opvangcentrum voor zeehonden, beneden een hotel en een ‘beleefcentrum’. Kosten? Bijna dertig miljoen euro. Dat bedrag lijkt geen enkel probleem, want alle betrokkenen weten dat ze het Waddenfonds, een pot met honderden miljoenen euro’s, binnen handbereik hebben.

Het Waddenfonds werd in 2006 opgericht om met achthonderd miljoen euro de natuur in het Waddengebied te versterken. Het was een uniek compromis tussen het bedrijfsleven en natuurbeschermingsorganisaties en ogenschijnlijk zo gunstig dat het concept sindsdien wordt herhaald. Zo moet het kabinet nu beslissen over een Noordzeeakkoord, waardoor met de opbrengsten van gaswinning op de Noordzee onder meer de natuur kan worden beschermd.

Wat is er met het Waddenfonds gebeurd? Investico maakte samen met Dagblad van het Noorden, de Leeuwarder Courant, De Groene Amsterdammer en EenVandaag de balans op. Uit ons onderzoek blijkt dat het fonds een grabbelton is geworden in handen van de provincies die het gebruikten om er zelf beter van te worden en goede sier te maken. Ook slimme ondernemers en hobbyisten wisten wel raad met de goedgevulde subsidiepot. Het oorspronkelijke doel, bescherming van het Waddengebied, raakte steeds verder uit zicht. ‘Het fonds heeft niet echt willen onderzoeken hoe het met het wad gesteld is. Het gebied had er veel beter uit kunnen zien dan nu’, concludeert waddenbioloog Theunis Piersma.

Vijftien jaar geleden werd aan de bel getrokken. ‘De ecologische kwaliteit van de Waddenzee is in één generatie tijd dramatisch verslechterd’, waarschuwde Roel Cazemier van de Raad voor de Wadden in 2005. In die periode schraapten kokkelvissers met hun kokkeloogst het leven van de zeebodem. Steeds minder trekvogels waren op het wad te zien en haaien en roggen waren al enige tijd verdwenen. En dat was zorgelijk. Het Waddengebied is niet alleen een van de mooiste natuurgebieden van Nederland, maar ook van essentieel belang voor het hele Arctisch gebied. Zo zijn trekvogels die van Afrika naar Groenland vliegen van het wad afhankelijk voor voedsel. Tot overmaat van ramp wilde de nam in het aardgasrijke gebied boren. Dat zou desastreus zijn voor de Wadden, waarschuwde de Waddenvereniging. Vervuiling, bodemdaling en ongelukken zouden verstrekkende gevolgen hebben voor dit unieke natuurgebied.

De protesten laaiden op. Elke poging tot een besluit over het gebied verzandde in een zwaar gepolariseerde discussie en de onderhandelingen over het gebied kwamen in een impasse. Oud-staatssecretaris Wim Meijer kreeg als voorzitter van de Adviesgroep Waddenzeebeleid, van het kabinet de lastige taak om met een oplossing komen.

Dat leverde een volbloed Nederlands-bestuurlijke oplossing: onder strikte voorwaarden zou naar gas geboord mogen worden, maar ter compensatie kreeg het Waddengebied een ‘omvangrijk investeringsplan’ à achthonderd miljoen euro. Een onafhankelijke monitoringscommissie moest toezien op de voortgang, economische activiteiten in het gebied moesten vooraf strikte grenswaarden opgelegd krijgen. In 2026, als de achthonderd miljoen euro zou zijn uitgegeven, moesten de projecten ‘op een zichtbare manier het Waddengebied vooruit hebben geholpen’, schreef vrom-minister Sybilla Dekker aan de Kamer. Een ‘historisch’ besluit, noemde Roel Cazemier van de Raad voor de Wadden de oprichting van het fonds in 2005. ‘De tijd van discussiëren is voorbij. Er moet nu worden gehandeld.’

Maar op de valreep greep de Tweede Kamer in, een draai die waddenbioloog Theunis Piersma achteraf bestempelt als ‘kaping van het fonds’. Fries en cda-Kamerlid Joop Atsma vond dat ook de economie moest profiteren van de pot geld. Hij kreeg voldoende steun voor een motie waarmee het fonds gelijk verdeeld zou worden tussen natuur en economie, een scheiding die de commissie-Meijer nadrukkelijk niet had gemaakt. ‘Het moest juist een integrale aanpak zijn’, legt de oud-voorzitter uit. Hij kijkt inmiddels met gemengde gevoelens op het Waddenfonds terug. ‘In het Waddengebied hangt alles samen’, vertelt Meijer in zijn woning op de bosrijke Veluwe. ‘Zoals het verblijf van trekvogels samenhangt met de visstand, die weer samenhangt met de mossels.’ De natuur moest voorop staan, zegt hij. Een centrale aanpak in het gebied – bestuurd door drie provincies, tientallen gemeenten en beheerd door dertien natuurorganisaties – was essentieel. ‘De politiek moest verantwoordelijkheid nemen.’ Niet naar één aspect kijken, maar het geheel in ogenschouw nemen.

‘De motie was nog schadelijker dan je denkt’, evalueert Piersma. ‘Het betekende niet alleen dat er de helft minder aan geld voor ecologie was. Het betekende ook dat het geld voor ecologie slechter werd besteed. Het economisch kortetermijndenken raakte ook daar dominant. In plaats van een integrale aanpak voor de natuur, werd geïnvesteerd in een reeks kortademige herstelprojecten.’ Voordat het fonds goed en wel van start kan gaan, besluit de minister met ruim 120 miljoen euro de kokkelvissers uit te kopen. Dan is er nog bijna zevenhonderd miljoen euro over.

De eerste barsten worden zichtbaar tijdens de eerste subsidieronde. Experts die betrokken waren bij het advies van Meijer vertellen dat ze met verbazing keken naar wat er met ‘hun’ fonds gebeurde. ‘Ik viel van mijn stoel’, zegt emeritus hoogleraar Han Lindeboom. Als marine ecoloog voorzag hij Meijer van advies. ‘Ze verhoogden de bruggetjes in Friesland zodat boten met een hogere mast daar ook onderdoor konden varen.’ Nu konden ook boten de Elfstedenroute varen. Kosten: ruim elf miljoen euro.

Het blijkt een voorbode voor de daaropvolgende jaren. Tussen 2006 en 2011 krijgen 54 projecten in totaal zo’n 110 miljoen euro subsidie. Slechts een klein deel hiervan komt ‘direct ten goede aan de natuur’, oordeelt de Rekenkamer in 2013. Het Friese PvdA-Kamerlid Lutz Jacobi, zeer begaan met het Waddengebied, wordt boos. ‘Het kabinet snoept van alle kanten uit dit fonds, terwijl het is ingesteld voor het compenseren van schade en ongemak van de grootschalige visserij en de gaswinning in het Waddengebied’, schrijft ze in februari 2011. ‘Het Waddenfonds mag geen grabbelton zijn!’ Jacobi vraagt een spoeddebat aan en pleit voor harde criteria voor de toekenning van geld.

Maar dan trekken de provincies het fonds naar zich toe. Niet langer het rijk, maar drie gedeputeerden uit Noord-Holland, Groningen en Friesland besluiten voortaan over de half miljard euro die dan nog te verdelen is. Bij deze overdracht haalt het kabinet meteen 75 miljoen euro uit de pot als bezuiniging. Jacobi is er niet gerust op. Ze zorgt voor een commissie met externe deskundigen die ervoor moet zorgen dat het fonds werkt aan het oorspronkelijke doel: ‘De verbetering van de kwaliteit van het Waddengebied.’ ‘In het Waddengebied hangt alles samen. Zoals het verblijf van trekvogels samenhangt met de visstand, die weer samenhangt met de mossels’

Directeur van Zeehondencrèche Pieterburen Niek Kuizenga heeft in 2013 een nieuwe zakelijke koers voor ogen. Hij ligt al een tijdje op ramkoers met zeehondenmoeder Lenie ’t Hart, die in 1971 de opvang oprichtte. Simpel gezegd is het haar ‘activisme’ tegen zijn ‘praktisch realisme’. Een strijd die zij verliest. ‘Het impulsief activisme van een charmant en uitgesproken dierenredster is als businessmodel uitgewerkt’, schrijft Kuizenga in een open brief aan de raad van toezicht. De entreegelden worden fors verhoogd, meer geld gaat naar voorlichting in plaats van zorg voor de dieren, ‘de zakelijke markt wordt met nieuwe arrangementen’ aangetrokken. Samen met vastgoedondernemer Arie Heuvelman maakt Kuizenga een plan voor een nieuw centrum in het dorp Lauwersoog met een zakelijk elan. Zeehondencrèche Pieterburen moet zijn intrek nemen op de bovenste verdieping, en Heuvelman begint beneden een hotel.

Het duurt niet lang of ook de provincie Groningen is aan boord, samen met Staatsbosbeheer en Exploitatiemaatschappij Haven Lauwersoog. De provincie laat in 2016 voor 175.580 euro een haalbaarheidsonderzoek uitvoeren. Het levert veertig glanzende pagina’s op zonder cijfers, analyses en risico’s, maar met veel foto’s, ‘expedities’ en promotieteksten als het Werelderfgoedcentrum ‘als kans voor de Waddenzee’. Volgens een later projectplan moet het centrum jaarlijks tussen de 150.000 en 250.000 bezoekers trekken en wordt het een banenmotor voor de regio. Het mag dan ook wat kosten: dertig miljoen euro. Gedeputeerde Henk Staghouwer erkent in Dagblad van het Noorden dat het een fors bedrag is. ‘Omdat we er specialisten bij halen die hun sporen hebben verdiend in het opzetten van publiekstrekkers waar ecologie, duurzaamheid en spannende architectuur de boventoon voeren.’

Maar die specialisten hebben een ontwerp gemaakt van een dertig meter hoog paviljoen aan de rand van het wad. Natuur- en milieuorganisaties maken zich zorgen. ‘De kernwaarden van het Waddengebied zijn vooral stilte, ruimte en duisternis’, zegt Arjen Kok van Natuurmonumenten in de pers. ‘Die zijn in dit deel van het wad nog aanwezig en dan zou het eigenlijk niet goed zijn dat in dit gebied zo’n hoog gebouw komt.’ Desondanks investeert de provincie vijf miljoen euro, Zeehondencentrum Pieterburen heeft toegezegd drie miljoen euro bij te dragen en ondernemer Heuvelman steekt tien miljoen in het horeca- en hotelgedeelte. Met een miljoen vanuit de gemeente een totaal van negentien miljoen euro. Er is nog een gapend gat in de begroting van ruim negen miljoen. Verantwoordelijk gedeputeerde Staghouwer laat in de pers weten ‘goede hoop’ te hebben dat het Waddenfonds kan inspringen.

Op 16 maart 2018 vergadert het algemeen bestuur in de luxe groepsaccommodatie De Wierschuur bij het Noord-Hollandse Hippolytushoef, een voor tweehonderdduizend euro gerenoveerde schuur met dank aan het Waddenfonds. Voor hen ligt de 9,6 miljoen euro voor het Groningse project. Maar het bestuurt twijfelt. De informatievoorziening is ‘summier’, staat in de notulen van de vergadering. Er is geen projectvoorstel en een begroting ontbreekt.

Gedeputeerde Staghouwer belooft, nu als voorzitter van het Waddenfonds, de benodigde informatie achteraf op te sturen en stelt voor dat het bestuur instemt met 9,6 miljoen euro subsidie voor het Werelderfgoedcentrum Waddenzee. Het bestuur gaat akkoord. ‘Voor het Waddenfonds is het uitdragen van de Unesco-status van de Waddenzee een zeer belangrijk speerpunt’, meldt Staghouwer een maand later in een persbericht, ook weer als voorzitter van het Waddenfonds.

Het is een dubbelrol die in het noorden nauwelijks wenkbrauwen doet fronsen, maar waar meermaals voor gewaarschuwd is. Vlak voordat de provincies het geld in handen kregen waarschuwde de Algemene Rekenkamer in 2012 voor het risico op ‘bestuurlijke beïnvloeding’. De toezichthouder adviseert de provincies eventueel maatregelen te nemen. ‘Het is van belang in de toekomst (de schijn van) belangenverstrengeling nauwkeurig in de gaten te houden.’ De jaren erna adviseert de interne kwaliteitscommissie herhaaldelijk om de provincies expliciet uit te sluiten van subsidieaanvragen. En ook in 2018 schrijven de regionale rekenkamers dat de ‘onafhankelijkheid verder onder druk komt te staan’. Het bestuur slaat de adviezen in de wind. In het Waddenfonds worden de gezamenlijke belangen van de provincies behartigd, stelt het. ‘Alleen al hierom kan er van belangenverstrengeling geen sprake zijn.’

Sterker nog, vanaf 2016 vragen de provincies steeds vaker geld aan bij hun eigen fonds. Het bestuur besluit namelijk met twee derde van het overgebleven budget, 180 miljoen euro, vooral grotere projecten te financieren. Deze projecten worden vaak door de provincies zelf uitgevoerd, zoals het Werelderfgoedcentrum. Met het nieuwe plan komt het fonds tegemoet aan de jarenlange kritiek dat een langetermijnvisie ontbreekt, maar is het risico op belangenverstrengeling urgenter geworden. Het fonds heeft geen maatregelen genomen en is dat ook niet van plan.

Voor vvd-Statenlid Nico Bakker is het een reden om uit het bestuur te stappen. ‘Alles werd maar gehonoreerd. Zonder dat er een echt doel voor ogen was’, blikt hij terug. De dubbele petten gaven hem een ongemakkelijk gevoel. ‘De slager keurt zo zijn eigen vlees. Dat wil je toch niet als gedeputeerde? Je komt in een onmogelijke positie.’

Staghouwer vindt nog steeds dat hij deze rollen altijd goed heeft kunnen scheiden. ‘We gaan uit van het Waddengebied als één, ongedeeld geheel. Ik zit er niet voor Groningen. Ik heb wel een Groninger pet op, maar ik ben er voor het hele Waddengebied’, zegt hij in een reactie. Bovendien krijgt hij voor alle projecten ‘altijd het advies van de directeur en een ambtelijk advies’.

De betwiste onafhankelijkheid van het bestuur is niet het enige probleem dat steeds opduikt. In de adviezen van de eigen kwaliteitscommissie, de rekenkamers en externe adviseurs keert steeds hetzelfde refrein terug: ontwikkel een visie, sluit aan bij de Waddenfondsdoelen, monitor de effecten van wat je doet, zorg voor samenhang in plaats van versnippering. Of, zoals Jacobi zegt: laat het Waddenfonds geen grabbelton zijn.

Toch is dat precies wat er is gebeurd, blijkt uit een overzicht dat Investico maakte van alle toegekende subsidies tussen 2012 en 2018. Het is een ratjetoe van projecten, van de bouw van een nieuw dorpshuis in Bierum tot de aanleg van een zonnepanelenveld op Ameland. Een ton subsidie voor bezinningstoerisme met een ‘sacrale duisternis- en stiltebeleving’ in het Friese Schettens. Een ton voor de foodtruck met streekproducten van een enthousiaste vader en zoon. Een ton voor een blacklightgolfbaan op Terschelling. De Stichting Heidense Kapel krijgt veertigduizend euro om een pelgrimsroute te ontwikkelen en een kapel te herbouwen, Texelse ondernemers krijgen 89.000 euro voor ‘Texelpoints’, een digitaal spaarpuntensysteem waarmee ze willen concurreren met ‘goedkope zonbestemmingen als Griekenland en Turkije’.

Op de Afsluitdijk wordt met anderhalf miljoen euro uit het fonds het Vlietermonument gerestaureerd, en de provincie Groningen kreeg bijna een miljoen euro voor de aanleg van fiets- en wandelpaden in het Lauwersmeergebied. En dan is er nog de Rechte Weg, het kunstprojectplan van zes kilometer wandelpad dat, als eerste weg ter wereld, niet de bolling van de aarde volgt, ‘als een plank op een voetbal’ waarbij je aan de uiteinden een kleine meter naar beneden springt. De kunstenaar kreeg ruim vierhonderdduizend euro subsidie toegewezen uit het Waddenfonds. ‘Het fonds had doelgericht te werk moeten gaan. Dus: wat is er nodig om de natuur te versterken? Je moet niet ergens een loket openen, want iedereen heeft wel zin in subsidie’

Het geld is doorgaans welkom in het gebied dat kampt met vergrijzing en leegloop. Zo houdt Gerda van Dijk in het Friese Ee 42 paarden op haar Sandy Road Ranch. Vroeger had elk dorp nog een café, vertelt ze vanuit de huiskamerkantine naast de rijbak waar vier grote leunstoelen rond een houtkachel staan. ‘Nu kunnen mensen voor koffie en een praatje hier terecht.’ In een hoek staat een minibibliotheek en langs de wanden staan bordspelletjes. Buurtbewoners lopen in en uit. Ze organiseert bingo- en klaverjasmiddagen. In 2014 kreeg Van Dijk honderdduizend euro van het Waddenfonds waarmee ze de hal kon aankleden. Ze legde een vloer, bouwde paardenboxen en schafte een stap- en trainingsmolen aan. Ook kon ze betere faciliteiten bouwen bij de toeristencamping op het erf. Maar het zijn vooral buurtbewoners die langskomen. ‘Toeristen willen graag op het strand paardrijden. Maar strand heb je hier niet. Daarvoor moet je echt naar de eilanden.’

Voor de Noord-Hollandse marinestad Den Helder brengt het Waddenfonds grote beloftes. De krimpgemeente worstelt met werkloosheid en verloedering, maar miljoeneninvesteringen uit het Waddenfonds moeten de stad weer bruisend maken, te beginnen bij de oude marinehaven Willemsoord: die wordt omgetoverd tot ‘een voor toeristen aantrekkelijke leisure-waddenhotspot’, compleet met kanovaarroutes en verse-vismarkten. Het Waddenfonds subsidieert het plan met 4,7 miljoen euro. Den Helder heeft de smaak te pakken. In 2016 en 2018 krijgt de stad in totaal bijna 3,5 miljoen euro, onder meer om van het aan-wezige oorlogserfgoed een toeristische trekpleister te maken. Zo worden voormalige Duitse bunkers van de Atlantikwall gerestaureerd en komt er een fiets- en wandelroute langs militair erfgoed.


Met ruim acht miljoen euro subsidie is Den Helder een van de grootste ontvangers van Waddenfondsgeld. De aanvragen werden gedaan door Zeestad CV/BV, een bedrijf dat de stedelijke vernieuwing in Den Helder ontwikkelt en uitvoert. ‘Op afstand’ van de gemeente, om ervoor te zorgen dat plannen niet langer verzanden in het door conflicten geplaagde gemeentebestuur. Ook hier vervult een provincie een dubbelrol. Zeestad is in handen van de gemeente en de provincie Noord-Holland. De provincie is hier dus naast toekenner ook ontvanger van het Waddenfondsgeld. Bovendien zit de Noord-Hollandse gedeputeerde Cees Loggen, die als bestuurslid van het Waddenfonds over subsidieaanvragen beslist, sinds 2019 zélf namens de provincie in de aandeelhoudersvergadering van Zeestad. Loggen weigerde met Investico in gesprek te gaan en heeft geen antwoord gegeven op de hierover gestelde schriftelijke vragen.

De Helderse wethouder Michiel Wouters, die stadsvernieuwing in zijn portefeuille heeft, wil het ‘beeld van Zeestad als grote ontvanger nuanceren’. Volgens hem heeft Zeestad ook subsidies aangevraagd voor projecten waarbij de organisatie slechts zijdelings betrokken is. ‘Zeestad is nou eenmaal een vehicle met ervaring op het gebied van subsidieaanvragen bij het Waddenfonds.’

Maar is het fonds wel bedoeld voor stadsvernieuwing? Volgens wethouder Wouters is het logisch dat Zeestad voor dit soort projecten geld krijgt uit het Waddenfonds. ‘De financiering van de gemeente staat altijd onder druk. Als we elders geld kunnen aantrekken, willen we dat graag. Het gaat hier niet om stadsvernieuwing; voor subsidie uit het Waddenfonds kijken we altijd nadrukkelijk naar de historisch-nautische waarde van Den Helder voor het Waddengebied.’ Als haven is Willemsoord letterlijk de poort naar de wadden, is het idee.

In een tussentijdse evaluatie in 2016 – het fonds was toen halverwege – beoordeelde adviesbureau Royal Haskoning het project Willemsoord niettemin als ‘minder succesvol’. Het project was ‘niet-waddenspecifiek’ en ‘een grotere visie’ ontbrak. Van de 31 beoordeelde projecten kwamen er slechts zestien als geslaagd uit de bus. Onder de ‘minder succesvolle’ projecten vielen naast Willemsoord onder meer de restauratie van een orgel in het Friese Parrega (‘samenhang’ ontbreekt), indoor klimpark Waddenfun (‘willekeurige waddenachtige elementen zijn samengevoegd op een waddenplek’) en de industriewaterleiding voor Chemiecluster Delfzijl, waarvan het ‘ecologisch effect op het Waddengebied onduidelijk’ is. Voor ‘Zeegrasprojecten Fase I en Fase II’ (samen bijna vijf ton) bestaat zelfs het ‘risico op achteruitgang in plaats van vooruitgang’, oordeelde Royal Haskoning.

‘Het Waddengebied is ecologisch redelijk uitgewoond’, verzucht bioloog en waddenspecialist Theunis Piersma. De mosselbanken zijn deels teruggekeerd en met de kanoeten, die ten tijde van de oprichting van het Waddenfonds snel achteruitgingen, gaat het aardig. ‘Maar de zeegrasvelden, de haaien en roggen en gepen van vroeger zijn nog steeds niet terug. En waar is al die kleine platvis waar lepelaars het van moeten hebben? Bij hun terugkeer zouden er tien tot misschien wel honderd keer zoveel lepelaars kunnen zijn. Het had er veel beter uit kunnen zien.’ Als je het Waddengebied beter wilt maken, moet je weten aan welke knoppen je moet draaien, zegt Piersma. En daar zit precies het probleem: ‘Het Waddenfonds heeft enorme steken laten vallen in het opbouwen van de noodzakelijke kennis.’ Zelf klopte hij de afgelopen jaren herhaaldelijk bij het fonds aan voor financiering van onderzoek, maar ving tot voor kort bot. ‘Het Waddenfonds heeft voortdurend op de rem getrapt en zo een van zijn doelstellingen, het bouwen aan een relevante kennisagenda, laten sloeren. Gaswinning levert nu geld op. Maar wat de invloed ervan op het Waddengebied precies is, weten we niet. Zolang we het niet weten, hoeft er ook niks te worden gedaan.’ Het is vergelijkbaar met de stikstofproblematiek. ‘We duwen ecologische problemen voortdurend weg, proberen wat te fixen, omdat het op korte termijn economisch niet goed uitkomt.’

De belofte van het Waddenfonds is volgens Piersma volledig verzand in kortetermijnwerk. ‘Ik woon in Gaast, aan het IJsselmeer. Hier in de buurt is recent weer een dorpshuis opgeknapt met geld uit het Waddenfonds. Heel leuk hoor, maar wat heeft dat met de wadden te maken?’ De bestuurders hebben volgens hem een provinciale blik, er mist gezamenlijkheid. ‘Er is niets provincie-overstijgends aan het Waddenfonds.’ Ook Lutz Jacobi, inmiddels directeur van de Waddenvereniging, is nog steeds kritisch. Het eigenlijke doel raakte uit zicht, hoewel een deel van het geld naar ecologische projecten ging, zoals broedeilanden en vismigratierivieren. ‘Er werd tot nu toe niet gekeken naar wat de Wadden als ecosysteem echt nodig hebben. Hierdoor heeft het Waddengebied in het geheel niets gehad aan al deze kleine projecten’, zegt ze. ‘Het was een grabbelton en dat is het nu nog.’ Het begon al in 2006 bij de uitkoop van de kokkelvissers voor ruim 120 miljoen. ‘Ze hadden dat fonds in stand moeten laten’, zegt Meijer. ‘Het Waddenfonds is geen saneringsfonds, en die kokkelvissers hadden gewoon binnen de begroting van het departement van Landbouw gefinancierd moeten worden’.

Het verbaast Maarten Allers, hoogleraar economie van decentrale overheden aan de Rijksuniversiteit Groningen, niets. Zo gaat dat wanneer lokale overheden een pot met geld krijgen: geld zoekt projecten, in plaats van andersom. ‘Het fonds had doelgericht te werk moeten gaan. Dus: wat is er nodig om de natuur te versterken? Vervolgens: hoe ga je dit doen? Je moet niet ergens een loket openen, want iedereen heeft wel zin in subsidie.’

De ideeën om de natuur te versterken, waren er wel. De commissie gaf het Waddenfonds een reeks voorzetten: ontpolderen, de aankoop en bescherming van bijzondere gebieden, natuurvriendelijk kustbeheer. Meijer, teleurgesteld: ‘We wilden het Waddengebied groter, sterker en robuuster maken. Dat is niet gebeurd.’

Van de oorspronkelijke achthonderd miljoen euro is inmiddels bijna een half miljard verdwenen, zonder enig idee wat het effect is geweest. Zelfs het bestuur kan niet zeggen wat het fonds voor het Waddengebied heeft betekend. De projecten zijn nooit gemonitord of geëvalueerd, ondanks herhaaldelijke oproepen van de interne kwaliteitscommissie. Halverwege de looptijd van het fonds deed Royal Haskoning een poging, maar een definitief oordeel bleek moeilijk. De hoofddoelen van het fonds zijn nogal ‘open’ geformuleerd, schreef de adviesclub. Na jaren aandringen zou de eerste evaluatie in 2021 worden gehouden, vijf jaar voordat de pot op is.

En de ‘internationale vuurtoren voor kennis, activiteiten, onderzoek en ondernemerschap’? Het protest van natuur- en milieuorganisaties tegen het Werelderfgoedcentrum bleek te groot. De horecaondernemer trok zich terug, waarmee een streep is gezet door het hotel en de helft van de beloofde banen. De ‘banenmotor’ blijkt nog goed voor 33 werkplekken. In de nieuwe afgeslankte plannen moet het Werelderfgoedcentrum het vooral hebben van de zeehondencrèche. Vorig jaar trok de vernieuwde opvang 63.000 betalende bezoekers, dat zijn er veertigduizend minder dan in 2012. Volgens Marco Glastra, die in de pers kritische natuurverenigingen vertegenwoordigt, was de zeehondencrèche een slecht idee. ‘Zeehonden horen dicht bij de zee. En niet op een dak van dertig meter hoog. Ze krijgen bijna hoogtevrees.’

Ook Investico besteedt deze week aandacht aan dit onderzoek in hun podcast Speurwerk. Die aflevering is hier te beluisteren. Dit artikel is mede mogelijk gemaakt door Fonds 1877


Bron: https://www.groene.nl/artikel/waddengeld-voor-een-blacklight-golfbaan?utm_source=De+Groene+Amsterdammer&utm_campaign=0e78dbb920-Dagelijks-2019-10-30&utm_medium=email&utm_term=0_853cea572a-0e78dbb920-74046529

Wrak bij Schier mogelijk van rampvloot Paesens-Moddergat

Een houten scheepswrak dat is gevonden ten oosten van Schiermonnikoog behoort mogelijk tot de rampvloot van Paesens-Moddergat uit 1883.

Het is een tragedie die tot op de dag van vandaag bij oudere inwoners van Paesens-Moddergat leeft, zegt voorzitter Klaas Wiersma van Stichting Maritieme Archeologie. Op 5 maart 1883 voeren 22 vissersschepen uit, waarvan er 17 zouden vergaan in zwaar weer. Niet minder dan 83 mannen uit het dorp kwamen daarbij om het leven.

Restanten ten noorden van Kloosterburen
Van drie van de getroffen schepen is nooit een spoor teruggevonden. Maar Wiersma en zijn duikmaten vermoeden dat daar binnenkort verandering in komt. Volgens hen zijn er sterke aanwijzingen dat een in 2015 aangetroffen wrak de WL7 is.

De houten restanten liggen bij de Mothoek, ten zuidoosten van Schiermonnikoog en ten noorden van Kloosterburen, op zo’n 2 meter diepte. Wadlopers gaven de melding dat er iets lag. Het wrak is datzelfde jaar nog onderzocht, maar toen niet in verband gebracht met de ramp van 1883.

Paesens-Moddergat-wrak
De achtersteven van het scheepswrak steekt soms boven het water uit. Op de foto groepslid Bert Kremer tijdens het onderzoek in 2015. Foto Ernie de Jonge

3D-beelden
De Stichting Maritieme Archeologie heeft de bevindingen bekeken en meent dat de houtconstructie en de vindplaats erop duiden dat het een van de vergane Wierumer aken is.

Op 4 en 5 augustus komt er een expeditie die nadere bewijzen moet opleveren. Met sonarapparatuur wordt de situatie onderzocht. Als het wrak gelokaliseerd is, gaan duikers het water in. Zij zullen hout van het schip afhalen, om te onderzoeken uit welke tijd het komt. Ook wordt er onder water een film gemaakt, om daar later 3D-beelden van te vervaardigen.

Bron: http://www.dvhn.nl/groningen/Gevonden-wrak-bij-Schier-mogelijk-van-rampvloot-Paesens-Moddergat-uit-1883-23391110.html

Werelderfgoedcentrum in Lauwersoog

Zo ziet het Werelderfgoedcentrum in Lauwersoog er straks uit

Het gebouw kenmerkt zich onder meer doordat er veel glas in is verwerkt. Het Werelderfgoedcentrum is ontworpen door de Deense architect Dorte Mandrup. Zij heeft veel ervaring met het bouwen van dit soort centra in onder meer Denemarken, Duitsland en Groenland.
Werelderfgoedcentrum-in-Lauwersoog

Zeehondencentrum

Het Werelderfgoedcentrum in Lauweersoog kost ruim 29 miljoen euro. Het centrum biedt straks onderdak aan het Zeehondencentrum dat nu nog in Pieterburen staat. Ook komt er een hotel met vijftig kamers, een café en een restaurant.

In het centrum is ruimte voor wetenschappers die Waddengebied onderzoeken. Bovenop het gebouw is een panorama-dek met uitzicht op het Werelderfgoed Waddenzee.

150.000 bezoekers

Ook het havenkantoor en de KNRM krijgen een plek in het nieuwe centrum. Vanuit de zogeheten ‘waddenhal’ vertrekken straks expedities en excursies.
Het Werelderfgoedcentrum Waddenzee gaat naar verwachting open in juni 2020. Er wordt gemikt op 150.000 bezoekers per jaar.

Bron: https://www.rtvnoord.nl/nieuws/192608/Zo-ziet-het-Werelderfgoedcentrum-in-Lauwersoog-er-straks-uit

Werelderfgoedcentrum in Lauwersoog

In Lauwersoog moet een Werelderfgoedcentrum verrijzen met daarbij onder meer een hotel en een natuurschool. De bedoeling is dat ook het zeehondencentrum Pieterburen er een plek krijgt. De camping en verschillende andere ondernemers zijn ook betrokken bij de plannen.

Miljoen bezoekers

De Waddenzee is sinds 2011 Werelderfgoed. Met de bouw van het centrum kan die status worden vermarkt. De initiatiefnemers houden rekening met meer dan een miljoen bezoekers per jaar.

Met het geld van de provincie is de bouw weliswaar een flinke stap dichterbij, maar de financiering is nog niet helemaal rond. ‘Er is nog een gat van 9,6 miljoen euro’, zegt gedeputeerde Henk Staghouwer (ChristenUnie).

Waddenfonds

Het Waddenfonds wordt gevraagd om die resterende miljoenen voor haar rekening te nemen. Staghouwer is zelf notabene voorzitter van het Waddenfonds. Toch is het volgens hem nog niet rond.

‘Het Waddenfonds is van Groningen, Friesland en Noord-Holland samen’, zegt hij. ‘Het klinkt dus heel makkelijk, maar dat is geen gelopen race. Toch zijn de plannen wel ongelooflijk goed. Dus die kunnen ook goed ingediend worden. En er is Friesland en Noord-Holland wel steun voor het plan. Maar dat wil niet zeggen dat het al rond is.’

Bron: https://www.rtvnoord.nl/nieuws/189957/Werelderfgoedcentrum-in-Lauwersoog-is-een-grote-stap-dichterbij

 

Zeehondenopvang moet aan banden

Zeehondenopvang is slechts in 5 procent nodig. Dat adviseert een wetenschappelijke commissie die de opvang onderzocht.

Het gaat weer goed met zeehonden in Nederlandse wateren. Zowel de gewone zeehond als de grijze zeehond zijn in het Delta- en waddengebied sterk in aantal gestegen.

De populatie van de gewone zeehond is van een minimumaantal van 500 in 1980 gegroeid tot 9000 in 2016. Van de grijze zeehond die hier tot 1980 bijna niet voorkwam werden in 2016 5100 exemplaren geteld.

 

Pups

Het aantal zeehonden dat werd opgevangen liep op van 20 in 1980 tot tussen de 500 en 1000 in recente jaren. Tussen 2007 en 2013 kwam 20 procent van de jonge zeehonden terecht in een opvangcentrum. In 2011 gold dat zelfs voor de helft van de pups. De commissie wil dat aantal verminderen tot 5 procent.

Tussen de bestaande opvangcentra is volgens de commissie geen overeenstemming over hoe de populatie op peil kan blijven en het welzijn van zeehonden.

Alleen zeehonden die gewond zijn door menselijk toedoen mogen in de toekomst worden opgevangen. Exemplaren die geen moedermelk meer drinken, moeten met rust worden gelaten. De opvang van zeehonden met longwormen moet worden beperkt. Ook pleit de commissie voor gelijkschakeling in professionalisering van de opvangcentra.

‘Veel aanbevelingen snijden hout’

Niek Kuizenga, directeur van Zeehondencentrum Pieterburen, is blij dat het rapport ‘eindelijk’ is verschenen. ,,Ook wij zien geen tegenstelling tussen dierenwelzijn en natuurbehoud. Veel aanbevelingen snijden hout. We hebben wel zorgen over de implementatie ervan.’’

Lenie ‘t Hart vreest dat door minder zeehondenopvang individuele zeehonden zullen verkommeren. ,,Ik ben bang dat de onverschilligheid de overhand krijgt.’’

Bron: http://www.dvhn.nl/groningen/Rapport-%E2%80%98Zeehondenopvang-moet-aan-banden%E2%80%99-video-22991724.html

“Een zeehond met een longworminfectie hoest bloed op en dat ziet er heftig uit, zo op het strand”, zegt Mariëtte Smit, hoofdverzorger bij Ecomare op Texel. “Volgens het advies van de wetenschappelijke commissie moeten we zo’n zeehond 24 uur lang laten liggen en observeren. Het zal niet meevallen om dat uit te leggen aan omstanders.”

Zeehondenopvang

Het is een van de kanttekeningen die de grote Nederlandse zeehondencentra plaatsen bij het advies van de commissie die de opvang in Nederland onderzocht. De belangrijkste conclusie is dat het opvangen van zeehonden niet noodzakelijk is om de soort in stand te houden en soms juist schadelijk kan zijn.

Ook de opvang van zeehonden met longwormen moet worden beperkt. De commissie zegt dat het behandelen van zeehonden tegen deze ziekte de natuurlijke balans uit de zeehondenpopulatie haalt. Longworminfectie is een ziekte die veel jonge zeehonden krijgen wanneer ze zich beginnen te voeden met vis.

Steunbetuiging
De zeehondencentra reageren overwegend positief op de conclusies van het onderzoek. “In grote lijnen zijn wij het eens met de adviezen”, zegt directeur van Zeehondencentrum Pieterburen Niek Kuizenga. “Het is in lijn met de weg die we al zijn ingeslagen. Ik zie het als een steunbetuiging voor wat we al doen.”

Kuizenga doelt daarmee vooral op de geadviseerde terughoudendheid. De opvang van individuele zeehonden is wel toegestaan als het dier gewond is geraakt door menselijke activiteiten, zoals door een visnet of een aanvaring door een boot. In alle andere gevallen mogen dieren alleen opgevangen worden als dat geen schade voor de soort oplevert. “Het is belangrijk om goed te begrijpen dat dierenwelzijn en natuurbehoud niet met elkaar in strijd zijn. In tegendeel, die versterken elkaar soms zelfs. Daarom zijn wij al jaren terughoudend met opvangen en laten wij versneld vrij.”

Toch wijst ook Kuizenga op het pijnpunt van de verzorgster van Ecomare. “Het is niet makkelijk om uit te leggen dat je een zeehondje alleen op het strand laat liggen. Dat wil je eigenlijk redden en naar een centrum brengen.”

Daarnaast wordt uit het rapport niet duidelijk hoe de terughoudendheid precies vorm moet krijgen, zegt Sophie Brasseur, zeehondenexpert bij de Wageningen University & Research. “Het advies is helder over de noodzaak minder op te vangen dan tot nu toe gangbaar was. Maar pas als er concrete afspraken zijn over wat je doet als je straks met een zeehondje op het strand staat, zullen de zeehondenpopulaties echt baat hebben bij dit advies.”

Laat de natuur de natuur. Sommige dieren gaan dood, dat moeten we accepteren.
Karola van der Velde, A Seal Zeehondenopvang Stellendam

De commissie adviseert verder dat de vijf opvangcentra een gezamenlijk protocol moeten opstellen. De NVWA moet vervolgens controleren of zij zich daaraan houden. Een bemiddelaar van het vorige kabinet heeft geprobeerd de centra zover te krijgen dat zij beter gingen samenwerken, maar dat is niet gelukt.

Toch zijn de centra optimistisch over een nauwere samenwerking, zegt Karola van der Velde van A Seal Zeehondenopvang Stellendam. “We voeren al regelmatig overleg met de andere centra en onze protocollen zijn al behoorlijk op elkaar afgestemd. Het verschil zit hem in details”, zegt Van der Velde, die ook goed kan leven met de terughoudendheid. “Laat de natuur de natuur. Sommige dieren gaan dood, dat moeten we accepteren.”
Leo

Als de minister de adviezen opvolgt, heeft dat mogelijk wel gevolgen voor het aantal zeehonden dat in de opvangcentra te zien zal zijn. “Het is nog heel moeilijk om te zien wat deze adviezen gaan betekenen, maar het kan inderdaad betekenen dat we een stuk minder zeehonden zullen opvangen”, zegt Pauline Folkerts, directrice van Ecomare.

Een van de zeehonden die volgens het advies eigenlijk niet thuishoort in Ecomare, is Leo. “Hij kwam in onze opvang terecht na een flinke storm”, zegt verzorger Smit. “Hij was enorm verzwakt en lag apathisch op het strand. Inmiddels gaat het heel goed met hem. Maar als de minister het advies opvolgt, zal zo’n dier niet meer in de opvang terechtkomen.”

Bron: https://nos.nl/artikel/2222249-hoe-moeten-we-straks-uitleggen-dat-we-een-zieke-zeehond-laten-liggen.html

Er kan geen zeehond meer bij in de Waddenzee

Nooit eerder, sinds de eerste telling in 1975, zijn er zo veel zeehonden in de internationale Waddenzee waargenomen als dit jaar. Met 38.000 zeehonden is de maximale capaciteit bereikt.

Het gemeenschappelijk Waddenzee-secretariaat in Willemshaven heeft gisteren de cijfers van dit jaar bekend gemaakt en geconstateerd dat de populatie aan haar plafond zit. ,,Er is nu nog voldoende voedsel voor de ongeveer 38.000 zeehonden”, zegt woordvoerder Sascha Klöpper. ,,Maar meer zeehonden kan de Waddenzee niet aan.”

zeehonden in de waddenzee
Gezonde populatie in de waddenzee

Al te druk om de maximale populatie maakt het Waddenzee secretariaat zich niet. Het geeft aan dat er een gezonde en stabiele zeehondenpopulatie is. ,,Op natuurlijke wijze blijft het aantal rond de 38.000 zeehonden. We hebben zelfs de indruk dat het licht afneemt”, weet Klöpper.

,,Jonge dieren zullen eerder sterven, omdat ze onvoldoende voedsel hebben. Zo gaat dat in de natuur. Oude zeehonden gaan ook weer dood. Daarmee blijft het aantal, zoals wij denken, stabiel.”

Eerder dit jaar is op twee momenten, in juni en augustus, drie dagen lang boven de Nederlandse -, Duitse – en Deense Waddenzee geteld. In juni gaat het om het vastleggen van jonge zeehonden en in augustus wordt gekeken naar het aanta

l volwassen zeehonden.

Het aantal volwassen zeehonden is dit jaar in het Nederlandse deel van de Waddenzee met zestien procent teruggelopen naar 5920 exemplaren. Het aantal jonge zeehonden is daarentegen met liefst 21 procent toegenomen tot 2249.

Zeehonden zijn enorm mobiel

Opvallend is dat in het Deense deel en in het Duitse Sleeswijk Holstein het aantal zeehonden is toegenomen. Volgens Klöpper ligt dat aan weersinvloeden en aan het voedselaanbod. ,,Zeehonden zijn enorm mobiel. Leggen grote afstanden af en volgen het voedsel en laten zich leiden door weersinvloeden. Het is dus van alle tijden dat de cijfers per land, per jaar verschillen.”

Ernstige virussen zijn de laatste decennia ook niet meer waargenomen. In 2002 was voorlopig laatste virus die het aantal zeehonden tot 10.000 exemplaren terugbracht. Het absoluut dieptepunt werd in 1988 bereikt toen er nog ongeveer vijfduizend exemplaren werden geteld.

Bron: http://www.lc.nl/friesland/Er-kan-geen-zeehond-meer-bij-in-de-Waddenzee-22645656.html

 

Opwarming Waddenzee: garnalen steeds kleiner

De Waddenvereniging maakt zich zorgen over de snelle opwarming van de Waddenzee. In ons land is daar, anders dan in Duitsland, weinig aandacht voor. De club reageert op een waarschuwing van de Duitse staatssecretaris van Milieu, die de Bondsdag onlangs meldde dat het water van de Noordzee in 45 jaar 1,67 graden Celsius is opgewarmd.

Een verdere stijging van de temperatuur ligt in het verschiet. De Duitse overheid wil met het oog hierop onderzoeken of er in het kustgebied maatregelen moeten worden genomen.

Visser Johan Rispens uit Zoutkamp ziet al een tijd veranderingen in de Waddenzee. Vissen komen en gaan. Voor schol en kabeljauw wordt het water te warm, ze trekken richting noorden naar dieper en kouder water. Garnalen zijn er nog wel genoeg, maar ze zijn steeds kleiner. ,,Ze groeien niet meer. We vangen tegenwoordig steeds meer garnalen in klasse drie, de kleinste klasse. Ik maak me bezorgd over die trend.’’

garnalenvisserij waddenzee
Bij het KNMI bevestigt klimaatonderzoeker Geert Lenderink dat de temperatuur van de Waddenzee oploopt. Een van de gevolgen van de opwarming van de zee is dat er in het kustgebied veel meer neerslag valt. ,,Vooral van augustus tot en met oktober. De hoeveelheid neerslag is in dit gebied met zeker vijftien procent toegenomen.’’
Het goede nieuws is dat het KNMI de indruk heeft dat de neerslaghoeveelheden niet ongebreideld blijven toenemen. Er wordt nog volop onderzoek naar het mechanisme gedaan.

Behalve met een hogere watertemperatuur wordt het waddengebied ook geconfronteerd met bodemdalingen en de stijging van de zeespiegel. Wanneer die stijging te snel gaat, bestaat het gevaar dat grote delen van de Waddenzee niet meer droog vallen bij eb. Experts denken dat het kritieke punt ligt bij een stijging van meer dan 60 centimeter in een eeuw. Verwacht wordt dat de zeespiegel deze eeuw met 50 tot 80 centimeter stijgt.

Bron: http://www.dvhn.nl/groningen/Zorgen-over-opwarming-Waddenzee-garnalen-steeds-kleiner-22531738.html

Terschelling tegen sluiten zeehondenbank

Het gemeentebestuur van Terschelling tekent bezwaar aan bij de minister tegen het plan zeehondenbank Engelschhoek af te sluiten.

Zowel de raad als het college ziet niets in het voornemen van de minister van Economische Zaken rondvaartboten op afstand van de zeehonden te houden. Dit spraken zij dinsdagavond tijdens de commissievergadering uit, nadat Jan Smit van de Stichting Museumreddingboot zijn zorgen uitte. Smit vreest voor banenverlies en inkomstenderving wat slecht zou zijn voor het instandhouden van het varend erfgoed.

Terschelling zeehondenbank

Nauwelijks verstoring

De eilander politiek noemt de plannen overbodig. De zeehondenpopulatie groeit nog steeds en van verstoring is amper sprake. Enkele fracties zullen de bezwaren aankaarten bij Haagse partijgenoten.

Smit pleit voor een vergunningenstelsel, mochten de maatregelen toch nodig zijn. Het sluitingsvoorstel van de Waddenunit wordt op 21 september in de Beheeroverleggroep (BOG) gepresenteerd. Van der Wielen merkt op dat de minister de laatste jaren ,,schittert door afwezigheid’’ bij die vergaderingen.

Bron: http://www.lc.nl/friesland/Terschelling-tegen-sluiten-zeehondenbank-22475207.html

Zeehondenpups zijn minder zielig dan ze lijken

Wanneer hebben zeehondenpups hulp nodig? Die vraag is inzet van een fel debat. Twee Spaanse biologen deden onderzoek bij Zeehondencentrum Pieterburen. Hun conclusie: de dieren zijn minder zielig dan ze lijken.

 

Op een strandje aan een Groningse dijk voor de Dollard in Termunten rusten zo’n zestig zeehonden met pups. Het is de enige zanderige plek in de buurt waar ze bij hoogwater nog kunnen liggen. Door gaten in een houten schutting kunnen natuurliefhebbers kijken hoe de aandoenlijke vetzakken over het zand schuiven.

Drie jaar lang hebben de Spaanse biologen Beatriz Rapado Tamarit en Margarita Méndez Aróstegui van Zeehondencentrum Pieterburen de dieren hier geobserveerd en gefotografeerd. Ze werken nu aan een internationale wetenschappelijke publicatie.

Voor een leek vallen de zeehonden met hun vlekkerige vachten niet van elkaar te onderscheiden. Maar Rapado en Méndez kennen inmiddels meer dan 230 pups of de deels daaruit gegroeide 187 volwassen dieren persoonlijk. Vorig jaar volgden ze tien vrouwtjes die pups kregen – ze kregen Spaanse namen.

Moeder Skull heeft volgens tellingen wel 33 pups gevoed naast die van haarzelf. Zij was agressief na de geboorte van haar dochter Farruquita (dappere), die was aangewezen op andere moeders omdat ze door Skull niet als dochter werd herkend. Pup Manchuron, van een andere moeder, dronk daarentegen veel bij Skull.

Niet alleen Skull was gul met haar melk. Caperucita (Roodkapje) voedde 17 pups naast die van haar zelf. Gemiddeld voedden tien onderzochte moeders veertien pups van andere moeders. Staatjes op het beeldscherm van Rapado’s computer geven aan wie bij wie dronk.
Opvang schaadt ook pups. Ze krijgen stress en het vertraagt de socialisatie bij terugkeer

 

zeehondenpups

De zeehondenpups zijn niet zo zielig als ze lijken. Volgens de onderzoekers onder leiding van Ton Groothuis, hoogleraar gedragsbiologie aan de Rijksuniversiteit van Groningen, moeten mensen huilende zeehondenpups langer laten liggen dan de twee uur in het oorspronkelijke protocol. Ze kunnen wel acht uur zonder voeding. Ook andere moeders geven melk. Als de pup is afgespeend, moet hij zelf vissen. Hij blijft dan misschien een tijdje stil liggen en huilen om te wennen. Opvang schaadt ook pups. Ze krijgen stress en het vertraagt de socialisatie bij terugkeer.

De kwetsbare kopjes met grote ogen van pups roepen volgens Groothuis bij mensen gevoelens op van „broedzorg”. „Volgens onderzoek vallen mensen voor een kop die aan een babygezichtje doen denken. Zeehondenpups zien er hulpeloos uit, kunnen zich niet goed voortbewegen en hun geluid lijkt een beetje op huilen”, zegt hij. Een foto van een pup in een krant beroert honderdduizenden.

Dat de natuur ook overdreven kan worden beschermd ervoer Groothuis al als kind, toen musjes uit het nest waren gevallen. Hij nam de diertjes mee naar huis, deed ze in een doos en spande er gaas voor. Maar de moedermus bleef de jonge mussen gewoon voeden door het gaas heen. Opvang was helemaal niet nodig.

Bron: https://www.nrc.nl/nieuws/2017/08/11/moeder-zeehond-kan-best-een-dag-uit-vissen-12487451-a1569689

Maarten Huygen

11 augustus 2017

Grote zorgen over komst Japanse mossel in Waddenzee

De Waddenvereniging maakt zich grote zorgen over de mogelijke komst van de opdringerige Japanse mossel in het Waddengebied.

Uit onderzoek is gebleken dat er in het ballastwater van schepen in de Eemshaven en in de haven van Delfzijl sporen zaten van de gevreesde Japanse mossel. Het gaat om dna-sporen, die afkomstig kunnen zijn van eieren of larven van de mossel.

Japanse-Mossel-Waddenzee

Grote problemen

Deze exotische soort, die tot nu toe nog niet is waargenomen in Nederlandse wateren, zorgt op verschillende plekken voor grote problemen. Onder meer aan de westkust van de VS, maar ook in de Italiaanse Po-delta ontstaan door de explosieve groei van de soort dichte matten van mosselen, die alles overwoekeren. Wanneer hij in het waddengebied welig gaat tieren, wordt onder meer het kwetsbare zeegras verdrongen, vrezen experts.

De Japanse mossel is een klein schelpdier dat van oorsprong aan de kusten van Siberië tot aan Singapore voorkwam. Inmiddels heeft de soort zich via de scheepvaart uitgebreid tot de VS, Australië, Nieuw-Zeeland en het Middellandse Zeegebied.

Ecologische ramp

Volgens Hans Revier van de Waddenvereniging zou de vestiging van de mossel in het waddengebied kunnen uitlopen op een ecologische ramp. Maar, zegt hij erbij, zeker is dat niet. ,,We weten niet precies hoe deze exoot reageert op de plaatselijke omstandigheden. Hoe gedraagt deze mossel zich in een nieuwe omgeving? En hoe gaan ze bijvoorbeeld om met een strenge winter? Kunnen ze zich dan ook voortplanten? Maar gezien de gang van zaken elders op de wereld zijn de zorgen terecht.’’

Om te voorkomen dat exoten zich verspreiden, kan het ballastwater van schepen overigens worden behandeld.

Klimaat

Revier denkt dat ook het klimaat een rol speelt en wijst op de eveneens nogal opdringerige Japanse oester, die zich ook over het hele waddengebied heeft verspreid. ,,We dachten jarenlang dat het zo’n vaart niet zou lopen en toch is dat gebeurd. Het heeft vermoedelijk ook te maken met de hogere watertemperaturen.’’

Niet alle exoten geven problemen. Revier: ,,Kijk naar de strandgaper. Die is door de Vikingen uit de VS naar onze kusten gebracht. Als eten voor onderweg. Op de een of andere manier belandde die hier in zee. Ze zijn nu belangrijk voedsel voor wadvogels.’’

Bron: http://www.lc.nl/friesland/Grote-zorgen-over-komst-Japanse-mossel-in-Waddenzee-22347145.html