Het aantal Wadvogels blijft stijgen

De aantallen vogels en zeehonden op het Wad groeien nog steeds.Dit is de belangrijkste conclusie van het jaarlijkse integrale onderzoek naar vaarrecreatie en natuurwaarden in de Waddenzee. Het onderzoek gaat over het vaarseizoen 2017.

Stijging Wadvogels

Het onderzoek is opgedeeld in vier delen. Er is gekeken naar het aantal vaarbewegingen op het Wad, het gebruik van AIS (geografisch informatiesysteem) aan boord, het aantal vogels en zeehonden en de confrontatie tussen natuur en watersport.

Wat opvalt is dat het seizoengemiddelde van het aantal Nederlandse Wadvogels is gestegen van 600.000 eind jaren zeventig naar ruim 800.000 in 2017. Het aantal gewone- en grijze zeehonden neemt nog steeds toe. In 2017 waren er ruim 8000 gewone zeehonden en 4000 grijze zeehonden.

Kennis vergroten

Het onderzoek wordt uitgevoerd door een consortium van onderzoeksinstituten met ETFI, RUG, SOVON, de Karrekiet en Altenburg & Wymenga. De wetenschappers doen dit in opdracht van het Actieplan Vaarrecreatie Waddenzee. Het doel is om de kennis te vergroten over de interactie tussen natuur en watersportrecreatie op het Wad.

Lastig oordeel

Uit het onderzoek komt ook naar voren dat het aantal vaarrecreanten op het Wad afneemt, maar de verblijfsduur neemt toe. Met andere woorden: de vaarrecreatie blijft stabiel. Daardoor is volgens de onderzoekers lastig om een oordeel te geven over de druk van vaarrecreatie op de Waddenzee en de dierenpopulaties.

Bron: https://www.rtvnoord.nl/nieuws/201170/Het-aantal-Wadvogels-blijft-stijgen

Werelderfgoedcentrum in Lauwersoog

Zo ziet het Werelderfgoedcentrum in Lauwersoog er straks uit

Het gebouw kenmerkt zich onder meer doordat er veel glas in is verwerkt. Het Werelderfgoedcentrum is ontworpen door de Deense architect Dorte Mandrup. Zij heeft veel ervaring met het bouwen van dit soort centra in onder meer Denemarken, Duitsland en Groenland.
Werelderfgoedcentrum-in-Lauwersoog

Zeehondencentrum

Het Werelderfgoedcentrum in Lauweersoog kost ruim 29 miljoen euro. Het centrum biedt straks onderdak aan het Zeehondencentrum dat nu nog in Pieterburen staat. Ook komt er een hotel met vijftig kamers, een café en een restaurant.

In het centrum is ruimte voor wetenschappers die Waddengebied onderzoeken. Bovenop het gebouw is een panorama-dek met uitzicht op het Werelderfgoed Waddenzee.

150.000 bezoekers

Ook het havenkantoor en de KNRM krijgen een plek in het nieuwe centrum. Vanuit de zogeheten ‘waddenhal’ vertrekken straks expedities en excursies.
Het Werelderfgoedcentrum Waddenzee gaat naar verwachting open in juni 2020. Er wordt gemikt op 150.000 bezoekers per jaar.

Bron: https://www.rtvnoord.nl/nieuws/192608/Zo-ziet-het-Werelderfgoedcentrum-in-Lauwersoog-er-straks-uit

Werelderfgoedcentrum in Lauwersoog

In Lauwersoog moet een Werelderfgoedcentrum verrijzen met daarbij onder meer een hotel en een natuurschool. De bedoeling is dat ook het zeehondencentrum Pieterburen er een plek krijgt. De camping en verschillende andere ondernemers zijn ook betrokken bij de plannen.

Miljoen bezoekers

De Waddenzee is sinds 2011 Werelderfgoed. Met de bouw van het centrum kan die status worden vermarkt. De initiatiefnemers houden rekening met meer dan een miljoen bezoekers per jaar.

Met het geld van de provincie is de bouw weliswaar een flinke stap dichterbij, maar de financiering is nog niet helemaal rond. ‘Er is nog een gat van 9,6 miljoen euro’, zegt gedeputeerde Henk Staghouwer (ChristenUnie).

Waddenfonds

Het Waddenfonds wordt gevraagd om die resterende miljoenen voor haar rekening te nemen. Staghouwer is zelf notabene voorzitter van het Waddenfonds. Toch is het volgens hem nog niet rond.

‘Het Waddenfonds is van Groningen, Friesland en Noord-Holland samen’, zegt hij. ‘Het klinkt dus heel makkelijk, maar dat is geen gelopen race. Toch zijn de plannen wel ongelooflijk goed. Dus die kunnen ook goed ingediend worden. En er is Friesland en Noord-Holland wel steun voor het plan. Maar dat wil niet zeggen dat het al rond is.’

Bron: https://www.rtvnoord.nl/nieuws/189957/Werelderfgoedcentrum-in-Lauwersoog-is-een-grote-stap-dichterbij

 

Zeehondenopvang moet aan banden

Zeehondenopvang is slechts in 5 procent nodig. Dat adviseert een wetenschappelijke commissie die de opvang onderzocht.

Het gaat weer goed met zeehonden in Nederlandse wateren. Zowel de gewone zeehond als de grijze zeehond zijn in het Delta- en waddengebied sterk in aantal gestegen.

De populatie van de gewone zeehond is van een minimumaantal van 500 in 1980 gegroeid tot 9000 in 2016. Van de grijze zeehond die hier tot 1980 bijna niet voorkwam werden in 2016 5100 exemplaren geteld.

 

Pups

Het aantal zeehonden dat werd opgevangen liep op van 20 in 1980 tot tussen de 500 en 1000 in recente jaren. Tussen 2007 en 2013 kwam 20 procent van de jonge zeehonden terecht in een opvangcentrum. In 2011 gold dat zelfs voor de helft van de pups. De commissie wil dat aantal verminderen tot 5 procent.

Tussen de bestaande opvangcentra is volgens de commissie geen overeenstemming over hoe de populatie op peil kan blijven en het welzijn van zeehonden.

Alleen zeehonden die gewond zijn door menselijk toedoen mogen in de toekomst worden opgevangen. Exemplaren die geen moedermelk meer drinken, moeten met rust worden gelaten. De opvang van zeehonden met longwormen moet worden beperkt. Ook pleit de commissie voor gelijkschakeling in professionalisering van de opvangcentra.

‘Veel aanbevelingen snijden hout’

Niek Kuizenga, directeur van Zeehondencentrum Pieterburen, is blij dat het rapport ‘eindelijk’ is verschenen. ,,Ook wij zien geen tegenstelling tussen dierenwelzijn en natuurbehoud. Veel aanbevelingen snijden hout. We hebben wel zorgen over de implementatie ervan.’’

Lenie ‘t Hart vreest dat door minder zeehondenopvang individuele zeehonden zullen verkommeren. ,,Ik ben bang dat de onverschilligheid de overhand krijgt.’’

Bron: http://www.dvhn.nl/groningen/Rapport-%E2%80%98Zeehondenopvang-moet-aan-banden%E2%80%99-video-22991724.html

“Een zeehond met een longworminfectie hoest bloed op en dat ziet er heftig uit, zo op het strand”, zegt Mariëtte Smit, hoofdverzorger bij Ecomare op Texel. “Volgens het advies van de wetenschappelijke commissie moeten we zo’n zeehond 24 uur lang laten liggen en observeren. Het zal niet meevallen om dat uit te leggen aan omstanders.”

Zeehondenopvang

Het is een van de kanttekeningen die de grote Nederlandse zeehondencentra plaatsen bij het advies van de commissie die de opvang in Nederland onderzocht. De belangrijkste conclusie is dat het opvangen van zeehonden niet noodzakelijk is om de soort in stand te houden en soms juist schadelijk kan zijn.

Ook de opvang van zeehonden met longwormen moet worden beperkt. De commissie zegt dat het behandelen van zeehonden tegen deze ziekte de natuurlijke balans uit de zeehondenpopulatie haalt. Longworminfectie is een ziekte die veel jonge zeehonden krijgen wanneer ze zich beginnen te voeden met vis.

Steunbetuiging
De zeehondencentra reageren overwegend positief op de conclusies van het onderzoek. “In grote lijnen zijn wij het eens met de adviezen”, zegt directeur van Zeehondencentrum Pieterburen Niek Kuizenga. “Het is in lijn met de weg die we al zijn ingeslagen. Ik zie het als een steunbetuiging voor wat we al doen.”

Kuizenga doelt daarmee vooral op de geadviseerde terughoudendheid. De opvang van individuele zeehonden is wel toegestaan als het dier gewond is geraakt door menselijke activiteiten, zoals door een visnet of een aanvaring door een boot. In alle andere gevallen mogen dieren alleen opgevangen worden als dat geen schade voor de soort oplevert. “Het is belangrijk om goed te begrijpen dat dierenwelzijn en natuurbehoud niet met elkaar in strijd zijn. In tegendeel, die versterken elkaar soms zelfs. Daarom zijn wij al jaren terughoudend met opvangen en laten wij versneld vrij.”

Toch wijst ook Kuizenga op het pijnpunt van de verzorgster van Ecomare. “Het is niet makkelijk om uit te leggen dat je een zeehondje alleen op het strand laat liggen. Dat wil je eigenlijk redden en naar een centrum brengen.”

Daarnaast wordt uit het rapport niet duidelijk hoe de terughoudendheid precies vorm moet krijgen, zegt Sophie Brasseur, zeehondenexpert bij de Wageningen University & Research. “Het advies is helder over de noodzaak minder op te vangen dan tot nu toe gangbaar was. Maar pas als er concrete afspraken zijn over wat je doet als je straks met een zeehondje op het strand staat, zullen de zeehondenpopulaties echt baat hebben bij dit advies.”

Laat de natuur de natuur. Sommige dieren gaan dood, dat moeten we accepteren.
Karola van der Velde, A Seal Zeehondenopvang Stellendam

De commissie adviseert verder dat de vijf opvangcentra een gezamenlijk protocol moeten opstellen. De NVWA moet vervolgens controleren of zij zich daaraan houden. Een bemiddelaar van het vorige kabinet heeft geprobeerd de centra zover te krijgen dat zij beter gingen samenwerken, maar dat is niet gelukt.

Toch zijn de centra optimistisch over een nauwere samenwerking, zegt Karola van der Velde van A Seal Zeehondenopvang Stellendam. “We voeren al regelmatig overleg met de andere centra en onze protocollen zijn al behoorlijk op elkaar afgestemd. Het verschil zit hem in details”, zegt Van der Velde, die ook goed kan leven met de terughoudendheid. “Laat de natuur de natuur. Sommige dieren gaan dood, dat moeten we accepteren.”
Leo

Als de minister de adviezen opvolgt, heeft dat mogelijk wel gevolgen voor het aantal zeehonden dat in de opvangcentra te zien zal zijn. “Het is nog heel moeilijk om te zien wat deze adviezen gaan betekenen, maar het kan inderdaad betekenen dat we een stuk minder zeehonden zullen opvangen”, zegt Pauline Folkerts, directrice van Ecomare.

Een van de zeehonden die volgens het advies eigenlijk niet thuishoort in Ecomare, is Leo. “Hij kwam in onze opvang terecht na een flinke storm”, zegt verzorger Smit. “Hij was enorm verzwakt en lag apathisch op het strand. Inmiddels gaat het heel goed met hem. Maar als de minister het advies opvolgt, zal zo’n dier niet meer in de opvang terechtkomen.”

Bron: https://nos.nl/artikel/2222249-hoe-moeten-we-straks-uitleggen-dat-we-een-zieke-zeehond-laten-liggen.html

Er kan geen zeehond meer bij in de Waddenzee

Nooit eerder, sinds de eerste telling in 1975, zijn er zo veel zeehonden in de internationale Waddenzee waargenomen als dit jaar. Met 38.000 zeehonden is de maximale capaciteit bereikt.

Het gemeenschappelijk Waddenzee-secretariaat in Willemshaven heeft gisteren de cijfers van dit jaar bekend gemaakt en geconstateerd dat de populatie aan haar plafond zit. ,,Er is nu nog voldoende voedsel voor de ongeveer 38.000 zeehonden”, zegt woordvoerder Sascha Klöpper. ,,Maar meer zeehonden kan de Waddenzee niet aan.”

zeehonden in de waddenzee
Gezonde populatie in de waddenzee

Al te druk om de maximale populatie maakt het Waddenzee secretariaat zich niet. Het geeft aan dat er een gezonde en stabiele zeehondenpopulatie is. ,,Op natuurlijke wijze blijft het aantal rond de 38.000 zeehonden. We hebben zelfs de indruk dat het licht afneemt”, weet Klöpper.

,,Jonge dieren zullen eerder sterven, omdat ze onvoldoende voedsel hebben. Zo gaat dat in de natuur. Oude zeehonden gaan ook weer dood. Daarmee blijft het aantal, zoals wij denken, stabiel.”

Eerder dit jaar is op twee momenten, in juni en augustus, drie dagen lang boven de Nederlandse -, Duitse – en Deense Waddenzee geteld. In juni gaat het om het vastleggen van jonge zeehonden en in augustus wordt gekeken naar het aanta

l volwassen zeehonden.

Het aantal volwassen zeehonden is dit jaar in het Nederlandse deel van de Waddenzee met zestien procent teruggelopen naar 5920 exemplaren. Het aantal jonge zeehonden is daarentegen met liefst 21 procent toegenomen tot 2249.

Zeehonden zijn enorm mobiel

Opvallend is dat in het Deense deel en in het Duitse Sleeswijk Holstein het aantal zeehonden is toegenomen. Volgens Klöpper ligt dat aan weersinvloeden en aan het voedselaanbod. ,,Zeehonden zijn enorm mobiel. Leggen grote afstanden af en volgen het voedsel en laten zich leiden door weersinvloeden. Het is dus van alle tijden dat de cijfers per land, per jaar verschillen.”

Ernstige virussen zijn de laatste decennia ook niet meer waargenomen. In 2002 was voorlopig laatste virus die het aantal zeehonden tot 10.000 exemplaren terugbracht. Het absoluut dieptepunt werd in 1988 bereikt toen er nog ongeveer vijfduizend exemplaren werden geteld.

Bron: http://www.lc.nl/friesland/Er-kan-geen-zeehond-meer-bij-in-de-Waddenzee-22645656.html

 

Opwarming Waddenzee: garnalen steeds kleiner

De Waddenvereniging maakt zich zorgen over de snelle opwarming van de Waddenzee. In ons land is daar, anders dan in Duitsland, weinig aandacht voor. De club reageert op een waarschuwing van de Duitse staatssecretaris van Milieu, die de Bondsdag onlangs meldde dat het water van de Noordzee in 45 jaar 1,67 graden Celsius is opgewarmd.

Een verdere stijging van de temperatuur ligt in het verschiet. De Duitse overheid wil met het oog hierop onderzoeken of er in het kustgebied maatregelen moeten worden genomen.

Visser Johan Rispens uit Zoutkamp ziet al een tijd veranderingen in de Waddenzee. Vissen komen en gaan. Voor schol en kabeljauw wordt het water te warm, ze trekken richting noorden naar dieper en kouder water. Garnalen zijn er nog wel genoeg, maar ze zijn steeds kleiner. ,,Ze groeien niet meer. We vangen tegenwoordig steeds meer garnalen in klasse drie, de kleinste klasse. Ik maak me bezorgd over die trend.’’

garnalenvisserij waddenzee
Bij het KNMI bevestigt klimaatonderzoeker Geert Lenderink dat de temperatuur van de Waddenzee oploopt. Een van de gevolgen van de opwarming van de zee is dat er in het kustgebied veel meer neerslag valt. ,,Vooral van augustus tot en met oktober. De hoeveelheid neerslag is in dit gebied met zeker vijftien procent toegenomen.’’
Het goede nieuws is dat het KNMI de indruk heeft dat de neerslaghoeveelheden niet ongebreideld blijven toenemen. Er wordt nog volop onderzoek naar het mechanisme gedaan.

Behalve met een hogere watertemperatuur wordt het waddengebied ook geconfronteerd met bodemdalingen en de stijging van de zeespiegel. Wanneer die stijging te snel gaat, bestaat het gevaar dat grote delen van de Waddenzee niet meer droog vallen bij eb. Experts denken dat het kritieke punt ligt bij een stijging van meer dan 60 centimeter in een eeuw. Verwacht wordt dat de zeespiegel deze eeuw met 50 tot 80 centimeter stijgt.

Bron: http://www.dvhn.nl/groningen/Zorgen-over-opwarming-Waddenzee-garnalen-steeds-kleiner-22531738.html

Terschelling tegen sluiten zeehondenbank

Het gemeentebestuur van Terschelling tekent bezwaar aan bij de minister tegen het plan zeehondenbank Engelschhoek af te sluiten.

Zowel de raad als het college ziet niets in het voornemen van de minister van Economische Zaken rondvaartboten op afstand van de zeehonden te houden. Dit spraken zij dinsdagavond tijdens de commissievergadering uit, nadat Jan Smit van de Stichting Museumreddingboot zijn zorgen uitte. Smit vreest voor banenverlies en inkomstenderving wat slecht zou zijn voor het instandhouden van het varend erfgoed.

Terschelling zeehondenbank

Nauwelijks verstoring

De eilander politiek noemt de plannen overbodig. De zeehondenpopulatie groeit nog steeds en van verstoring is amper sprake. Enkele fracties zullen de bezwaren aankaarten bij Haagse partijgenoten.

Smit pleit voor een vergunningenstelsel, mochten de maatregelen toch nodig zijn. Het sluitingsvoorstel van de Waddenunit wordt op 21 september in de Beheeroverleggroep (BOG) gepresenteerd. Van der Wielen merkt op dat de minister de laatste jaren ,,schittert door afwezigheid’’ bij die vergaderingen.

Bron: http://www.lc.nl/friesland/Terschelling-tegen-sluiten-zeehondenbank-22475207.html

Grote zorgen over komst Japanse mossel in Waddenzee

De Waddenvereniging maakt zich grote zorgen over de mogelijke komst van de opdringerige Japanse mossel in het Waddengebied.

Uit onderzoek is gebleken dat er in het ballastwater van schepen in de Eemshaven en in de haven van Delfzijl sporen zaten van de gevreesde Japanse mossel. Het gaat om dna-sporen, die afkomstig kunnen zijn van eieren of larven van de mossel.

Japanse-Mossel-Waddenzee

Grote problemen

Deze exotische soort, die tot nu toe nog niet is waargenomen in Nederlandse wateren, zorgt op verschillende plekken voor grote problemen. Onder meer aan de westkust van de VS, maar ook in de Italiaanse Po-delta ontstaan door de explosieve groei van de soort dichte matten van mosselen, die alles overwoekeren. Wanneer hij in het waddengebied welig gaat tieren, wordt onder meer het kwetsbare zeegras verdrongen, vrezen experts.

De Japanse mossel is een klein schelpdier dat van oorsprong aan de kusten van Siberië tot aan Singapore voorkwam. Inmiddels heeft de soort zich via de scheepvaart uitgebreid tot de VS, Australië, Nieuw-Zeeland en het Middellandse Zeegebied.

Ecologische ramp

Volgens Hans Revier van de Waddenvereniging zou de vestiging van de mossel in het waddengebied kunnen uitlopen op een ecologische ramp. Maar, zegt hij erbij, zeker is dat niet. ,,We weten niet precies hoe deze exoot reageert op de plaatselijke omstandigheden. Hoe gedraagt deze mossel zich in een nieuwe omgeving? En hoe gaan ze bijvoorbeeld om met een strenge winter? Kunnen ze zich dan ook voortplanten? Maar gezien de gang van zaken elders op de wereld zijn de zorgen terecht.’’

Om te voorkomen dat exoten zich verspreiden, kan het ballastwater van schepen overigens worden behandeld.

Klimaat

Revier denkt dat ook het klimaat een rol speelt en wijst op de eveneens nogal opdringerige Japanse oester, die zich ook over het hele waddengebied heeft verspreid. ,,We dachten jarenlang dat het zo’n vaart niet zou lopen en toch is dat gebeurd. Het heeft vermoedelijk ook te maken met de hogere watertemperaturen.’’

Niet alle exoten geven problemen. Revier: ,,Kijk naar de strandgaper. Die is door de Vikingen uit de VS naar onze kusten gebracht. Als eten voor onderweg. Op de een of andere manier belandde die hier in zee. Ze zijn nu belangrijk voedsel voor wadvogels.’’

Bron: http://www.lc.nl/friesland/Grote-zorgen-over-komst-Japanse-mossel-in-Waddenzee-22347145.html

Spectaculaire toename jonge mosselbanken Waddenzee

Het bulkt van het leven op de Waddenzee. Het aantal jonge mosselbanken is spectaculair toegenomen. ,,Er is volop vreterij voor de vogels, dat is in een natuurgebied als de Waddenzee natuurlijk belangrijk. Op sommige plaatsen zijn de toppereenden massaal aan het fourageren, vorige week telden we er 9.000 in het Harlinger Gat bij de Westkom’’, zegt Nico Laros van de Waddenunit. Laros wijst in dit verband ook op het enorme bestand jonge mesheften. ,,Niemand durft daar een schatting van te maken. Steltlopers zoals kanoetstrandlopers zijn er gek op.’’

De Waddenunit heeft samen met Wageningen Marine Research afgelopen najaar een extra monitoring uitgevoerd om te bekijken wat de uitzonderlijke grote zaadval dit jaar voor de droogvallende mosselbanken betekent. Resultaten zijn nog niet bekend, maar er zal sprake zijn van een spectaculaire toename. Laros denkt aan minimaal duizend hectare extra banken, Wageningen Marine Research zit nog hoger in de schatting; het juiste cijfer moet nog berekend worden. ,,We hebben ze allemaal met de hand-gps opgemeten, ruim 650 kilometer!’’

mosselbanken-in-de-waddenzee
Het is altijd weer spannend wat er van die zaadbanken na de winter is overgebleven. Duidelijk is wel dat een groot deel van de jonge zaadbanken bestaat uit onstabiel slik en makkelijk zal wegstormen. ,,Reeds nu na de eerste zuidwesterstorm van enkele weken geleden, zie je dat sommige jonge mosselbanken al deels zijn uitgewaaid. De mosselzaadjes liggen verspreid aan de noordoostkant van zo’n bank als strooimosselzaad, nog wel bereikbaar voor de vogels’’, aldus Laros.
Lees het originele artikel op visserij nieuws

Platte oester mogelijk terug in de Waddenzee

OESTERS IN DE WADDENZEE
De platte oester komt terug in de Waddenzee. Er is groen licht gegeven voor een herintroductie van het schelpdier. De ecologische omstandigheden zijn goed genoeg om te overleven, denkt de organisatie Naar een Rijke Waddenzee.

De organisatie heeft een haalbaarheidsonderzoek laten uitvoeren naar de kansen van herintroductie. Alle deskundigen zijn positief. Ze zijn al aan het uitzoeken wat een geschikte locatie kan zijn om de oester te herintroduceren.

De platte oester kwam vroeger in de Waddenzee voor. Maar het dier is in de loop van de tijd verdwenen. Een terugkeer van de oester kan zorgen voor een sterke toename van de biodiversiteit in de Waddenzee.
Lees het gehele artikel op de bron: Omroep Friesland

Meer grijze zeehonden dan ooit in Waddenzee

grijze zeehond waddenzee
WADDENZEE Er zijn meer grijze zeehonden dan ooit in de Wadden: bijna vijfduizend exemplaren in het Nederlandse, Duitse en Deense Waddengebied.

Dat meldde het Waddensecretariaat van het Duitse Wilhelmshaven volgens RTV Noord.

Het grootste gedeelte van die zeehonden zwemt in het Nederlandse deel van de Waddenzee: 3.700. Dat is opvallend, want het is nog niet zo lang geleden dat de grijze zeehond uit Nederlandse wateren dreigde te verdwijnen.

Maar dankzij genomen beschermingsmaatregelen en een milde winter met weinig stormen kon de populatie flink groeien.

De grijze zeehond is op de gewone zeehond na de meest voorkomende zeehond in Nederland. Grijze zeehonden zijn doorgaans een stuk groter dan de gewone zeehond.

bron: https://www.rtvnh.nl/nieuws/187774/meer-grijze-zeehonden-dan-ooit-in-waddenzee